Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 27
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief op officieel papier.

17 juli 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam).

Origineel

Getypte brief op officieel papier. 17 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam). HG.

den Heer L. Caransa,
Nieuwe Kerkstraat 129 III,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 10.

25/83/2 M. 17 Juli 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 Juli jl. verleen ik U hierbij
gedurende twee maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om
regelmatig Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw af-
wezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst-
doenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur,

--- De brief is een formeel besluit van een Amsterdamse overheidsinstantie (waarschijnlijk de marktmeester of de directeur van de marktdienst) aan een marktkoopman, de heer L. Caransa.

  • Inhoud: De heer Caransa heeft op 2 juli 1941 verzocht om tijdelijk niet op de Albert Cuypmarkt te hoeven staan. De directeur willigt dit verzoek in en verleent hem twee maanden uitstel van de bezettingsplicht (geldig vanaf de datum van de brief, dus tot half september 1941).
  • Voorwaarde: Hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn met zijn handel, blijft de financiële verplichting bestaan. Het wekelijkse "marktgeld" moet gewoon betaald worden aan de dienstdoende ambtenaar.
  • Toon: De brief is kort, zakelijk en formeel-ambtelijk van toon, kenmerkend voor de bureaucratie van die tijd.

--- De brief dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit werpt een bijzonder licht op de situatie:

  • Locatie: De Albert Cuypmarkt was destijds (en is nog steeds) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In die tijd werkten er veel Joodse kooplieden. De Nieuwe Kerkstraat, waar de geadresseerde woonde, lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam.
  • De persoon: "L. Caransa" verwijst zeer waarschijnlijk naar een lid van de bekende Amsterdamse familie Caransa. Hoewel de bekende ondernemer Maup Caransa officieel Salomon heette, is dit document een tastbaar bewijs van de administratieve interactie tussen de familie en de gemeente in oorlogstijd.
  • Tijdsgeest: In de zomer van 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds strenger. Hoewel deze brief een reguliere administratieve handeling lijkt (het regelen van verlof voor een marktkraam), vonden in deze periode de eerste grote uitsluitingen van Joden uit het openbare leven plaats. Later in 1941 zouden Joodse marktkooplieden apart gezet worden op speciaal aangewezen Joodse markten. Het feit dat Caransa uitstel vroeg, kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, maar moet ook gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende druk op de Joodse gemeenschap. Caransa heeft (De heer) L. Caransa Gemeente Amsterdam

Samenvatting

De brief is een formeel besluit van een Amsterdamse overheidsinstantie (waarschijnlijk de marktmeester of de directeur van de marktdienst) aan een marktkoopman, de heer L. Caransa.

  • Inhoud: De heer Caransa heeft op 2 juli 1941 verzocht om tijdelijk niet op de Albert Cuypmarkt te hoeven staan. De directeur willigt dit verzoek in en verleent hem twee maanden uitstel van de bezettingsplicht (geldig vanaf de datum van de brief, dus tot half september 1941).
  • Voorwaarde: Hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn met zijn handel, blijft de financiële verplichting bestaan. Het wekelijkse "marktgeld" moet gewoon betaald worden aan de dienstdoende ambtenaar.
  • Toon: De brief is kort, zakelijk en formeel-ambtelijk van toon, kenmerkend voor de bureaucratie van die tijd.

Historische Context

De brief dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit werpt een bijzonder licht op de situatie:

  • Locatie: De Albert Cuypmarkt was destijds (en is nog steeds) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In die tijd werkten er veel Joodse kooplieden. De Nieuwe Kerkstraat, waar de geadresseerde woonde, lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam.
  • De persoon: "L. Caransa" verwijst zeer waarschijnlijk naar een lid van de bekende Amsterdamse familie Caransa. Hoewel de bekende ondernemer Maup Caransa officieel Salomon heette, is dit document een tastbaar bewijs van de administratieve interactie tussen de familie en de gemeente in oorlogstijd.
  • Tijdsgeest: In de zomer van 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds strenger. Hoewel deze brief een reguliere administratieve handeling lijkt (het regelen van verlof voor een marktkraam), vonden in deze periode de eerste grote uitsluitingen van Joden uit het openbare leven plaats. Later in 1941 zouden Joodse marktkooplieden apart gezet worden op speciaal aangewezen Joodse markten. Het feit dat Caransa uitstel vroeg, kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, maar moet ook gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende druk op de Joodse gemeenschap.

Genoemde Personen 2

Caransa heeft (De heer) L. Caransa

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6