Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 1941 (bovenaan genoteerd als "M. 1941"). De postscriptum verwijst naar een eerdere toestemming van 24 januari 1940. J.J. Veldman, Albert Cuypstraat 203 d I, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. № 25/06/1 M. 1941 10/7
m. Insp.
Zeer geachte Heer Directeur
Met deze ben ik zoo vrij u toestemming te vragen
voor het bijstaan van mij van een knecht. Ik sta reeds
20 jaar op de Albert Cuypstraat voor perceel n° 192.
Mijn plaatsnummer is n° 197. Aangezien ik een stijf
been heb mag ik niet te lang achtereen staan, zoodat
mijn vrouw mij steeds heeft geassisteerd totdat ik twee
kinderen kreeg waardoor zij dit niet meer kon.
Daarna heb ik toestemming gekregen van het marktwezen,
om een knecht bij de kar te hebben; een zekere Bonhoffer;
maar deze persoon kan dit nu niet meer doen.
Kort geleden heb ik wegens ziekte vier maanden in het
ziekenhuis gelegen, waardoor ik uitstel van staan heb
gekregen.
Nu wil ik weer op mijn plaats staan, daarom vraag
ik u of u mij een vergunning wil geven, voor het houden
van een knecht, die mij 's middags een paar uur kan
vervangen, aangezien ik 's middags wegens gezondheids-
redenen een paar uur moet rusten, van den dokter.
Deze persoon die mij bijstaat is A Veldman
Hopende op een gunstige beschikking uwerzijds
verblijf ik intusschen Hoogachtend
J J Veldman
Albert Cuypstraat 203 d I
Amsterdam
p.s. Mijn vorige toestemming
van bijstand bij de kar is
gedateerd 24 Januari 1940.
Nummer 25/13/2 M. * Inhoud: De heer J.J. Veldman verzoekt de directeur van het marktwezen om toestemming om zich te laten bijstaan door een knecht (A. Veldman) op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat.
* Argumentatie: De schrijver voert medische redenen aan: hij heeft een "stijf been" en is herstellende van een ziekenhuisopname van vier maanden. Op doktersadvies moet hij 's middags rusten. Hij legt uit dat zijn vrouw hem vroeger hielp, maar dat dit door de zorg voor hun twee kinderen niet meer mogelijk is. Een eerdere hulpbeheerder (Bonhoffer) is blijkbaar niet meer beschikbaar.
* Juridische/Administratieve aspecten: De brief toont aan hoe streng de regelgeving rondom marktplaatsen was. Een standplaatshouder mocht zich niet zomaar laten vervangen of helpen; hiervoor was expliciete toestemming van de gemeente (het Marktwezen) nodig. De term "uitstel van staan" duidt op een officiële ontheffing van de plicht om persoonlijk op de markt aanwezig te zijn tijdens ziekte.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een beleefde, ietwat formele toon ("Met deze ben ik zoo vrij", "gunstige beschikking uwerzijds"), passend bij een officieel verzoekschrift uit die periode. Dit document stamt uit 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode was de schaarste groot en de regelgeving streng. Voor marktkooplieden was het behoud van hun standplaats essentieel voor hun levensonderhoud.
De brief geeft een inkijkje in de sociaal-economische realiteit van die tijd: de afhankelijkheid van familiehulp, de impact van fysieke gebreken op het werkvermogen en de bureaucratische afhandeling van persoonlijke noodsituaties door het gemeentebestuur. De voorgestelde knecht, A. Veldman, is vermoedelijk een familielid (wellicht een zoon of broer), wat gebruikelijk was om de inkomsten binnen de familie te houden. De aantekeningen in de marge suggereren dat het verzoek ambtelijk in behandeling is genomen door de marktinspectie.