Getypte brief met handgeschreven aantekeningen en handtekening.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven aantekeningen en handtekening. 21 juli 1941. W. van Joolingen, Daniel Stalpertstraat 31 II, Amsterdam-Zuid. WelEd. Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. W.van Joolingen,
Daniel Stalpertstraat 31 II,
A m s t e r d a m - Z u i d
**Nº 25/93 / M.1941 22/7**
Amsterdam, 21 Juli 1941
Den WelEd. Heer Directeur van het Marktwezen,
A m s t e r d a m . W.
Jan van Galenstraat 14
WelEd. Gestr; Heer,
Hiermede verzoek ik U mij mijn vorigen
standplaats in de Albert Cuypstraat te willen teruggeven,
daar ik uit Frankrijk teruggekomen ben en mijn vorig be-
roep van vischkoopman weder wensch op te nemen.
Van den Inspecteur van het Marktwezen
vernam ik, dat ik nog een schuld had van ƒ 21.60, welk
bedrag eerst voldaan moest zijn, alvorens op een verzoek
van mij te kunnen ingaan.
Naar aanleiding van deze mededeeling
deel ik U mede, dat ik dit bedrag gaarne zal betalen, doch
U wilt daarbij wel rekening houden met mijn financieele
omstandigheden, die mij beletten dit bedrag ineens te be-
talen.
Ik verzoek U mij toe te staan het bedrag
in 4 á 5 keeren te mogen aanzuiveren.
Vertrouwende, dat U mijn verzoek wel in
overweging zult willen nemen, verblijf ik,
met de meeste Hoogachting,
*[handgeschreven handtekening]*
**W. v. Joolingen** * **Onderwerp:** Verzoek tot teruggaaf van een marktstandplaats en regeling van een openstaande schuld.
- Kern van de inhoud: W. van Joolingen, een viskoopman die net is teruggekeerd uit Frankrijk, wil zijn oude plek op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam hervatten. Hij is door de inspecteur gewezen op een achterstallige schuld van 21,60 gulden bij de gemeente (Marktwezen). Hij erkent de schuld, maar verzoekt om een betalingsregeling in termijnen vanwege zijn precaire financiële situatie.
- Taalgebruik: De brief is opgesteld in zeer formeel en eerbiedig Nederlands ("WelEd. Gestr; Heer", "verblijf ik, met de meeste Hoogachting"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in de eerste helft van de 20e eeuw. De brief dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De opmerking dat de afzender "uit Frankrijk teruggekomen" is, is historisch interessant; dit kan duiden op de terugkeer van een krijgsgevangene, een vluchteling of iemand die voor (vrijwillige) arbeid in het buitenland was.
De Albert Cuypmarkt was in deze periode een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening in de stad. De brief illustreert de strikte bureaucratie van het Amsterdamse 'Marktwezen': zelfs in oorlogstijd werden standplaatsen strikt beheerd en moesten oude schulden (hoe klein ook) eerst voldaan worden. Voor een kleine zelfstandige in 1941 was een bedrag van 21,60 gulden aanzienlijk, wat de noodzaak voor een betalingsregeling verklaart. De Daniel Stalpertstraat, waar de afzender woonde, ligt in de directe nabijheid van de Albert Cuypmarkt (De Pijp).