Archiefdocument
Origineel
[Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/97/1, 1941
DOORGEZONDEN: 11/10-41.
[Handgeschreven rechtsboven:]
H. Leman, Vrolikstraat 78b
Alb. Cuypstraat
[Stempel midden:]
Marktambtenaar
~~Contrôleur~~
om advies / ~~om rapport / ter kennisneming.~~
[Handtekening/Paraaf:]
Th. Mechelen [?]
8-8-'41
[Handtekening/Paraaf:]
Th. Druyf [?]
wnd.
[Handgeschreven tekst midden:]
M.i. bureau geen bezwaar Mej. H. Leman
van no. 78b A.C. het gevraagde nieuwe
(nl. vernw) van plaatsbewijs te verlenen.
9-8-41 [Paraaf]
[Notities onderaan:]
12/8-'41 [in blauw potlood]
25/97/2 [in rood potlood] acc. modelbriefje [Paraaf] 11/8 '41
[Drukkerijgegevens linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijk advies betreffende een aanvraag voor de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De aanvraagster is Mejuffrouw H. Leman, wonende aan de Vrolikstraat 78b. Zij verzoekt om een vernieuwing ("vernw") van haar "plaatsbewijs", wat de officiële vergunning is om een standplaats op de markt te mogen innemen.
De administratieve route is zichtbaar:
1. 8 augustus 1941: De marktambtenaar en een waarnemend functionaris (mogelijk Th. Druyf) bekijken het verzoek.
2. 9 augustus 1941: Het bureau geeft een positief advies ("geen bezwaar").
3. 11 augustus 1941: Er wordt formeel akkoord ("acc.") gegeven om de beslissing via een standaard "modelbriefje" aan de aanvraagster te communiceren.
4. 11 oktober 1941: Het document wordt definitief doorgezonden of gearchiveerd, zoals blijkt uit de stempel linksboven. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een vitaal onderdeel van de Amsterdamse economie en voedselvoorziening. De bureaucratie rondom standplaatsen bleef tijdens de bezetting grotendeels functioneren volgens de bestaande gemeentelijke structuren.
De achternaam Leman was in die tijd veelvoorkomend onder de Joodse bevolking van Amsterdam. Gezien de datum (augustus 1941) bevindt dit verzoek zich op een kantelpunt: kort hierna zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de toegang tot openbare markten voor Joodse kooplieden volledig onmogelijk maken. Of Mej. Leman daadwerkelijk Joods was en of zij haar standplaats na deze vernieuwing heeft kunnen behouden, is uit dit document alleen niet op te maken, maar het plaatst de aanvraag in een beladen historische context. H. Leman M. No Gemeente Amsterdam