Administratief bijblad / dossierstuk van de Dienst der Markten (Marktwezen Amsterdam).
Origineel
Administratief bijblad / dossierstuk van de Dienst der Markten (Marktwezen Amsterdam). Augustus – september 1941. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/105/1 1941
DOORGEZONDEN: 20/8
[Rechtsboven]
7.00
Wed. H. Vierra - Polak
pl. 21 Albert Cuypstraat
[Midden, in rood en zwart handschrift]
25/105/217
22/9 '41 AB
25/105/2 1/39 27/10: tot wederopzegging
assistentie door zoon B. Vierra, geb. 13/4 '23,
toegestaan.
[Linkermidden, donkere inkt]
Tweede assistent kan m.i.
niet worden toegestaan.
Verzoek dan ook afwijzen.
Zie rapport Chef Marktwezen.
18-9-41.
[Onder links, potlood/lichte inkt]
Naar aanleiding van
uw brief dd. 16 Aug.
jl. deel ik U mede, dat
aan het daarin vervatte
verzoek niet kan worden
voldaan, daar u reeds
assistentie van uwen
zoon is verleend.
dd 20/9 '41
[Rechts, stempel en handgeschreven rapportage]
Marktambtenaar / Contrôleur [Handtekening: J.H. van Meekeren]
om advies / ~~om rapport~~ / ~~ter kennisneming.~~
21-8-41
Den Weled. Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.
De zoon van Mw. Vierra helpt zaterdags
altijd aan de stal van zijn moeder. Uitbreiding
van assistentie is uit een oogpunt van markt-
orde ongewenst.
M.i. dient het verzoek te worden afgewezen.
Rapport 9/9-'41
[Handtekening: Monnier / Vonmonnik] Dit document betreft een afwijzing van een vergunningsaanvraag voor extra personele ondersteuning op de markt. De aanvrager, de weduwe Vierra-Polak, die een standplaats had op de Albert Cuypmarkt, verzocht om een tweede assistent. Uit de administratieve aantekeningen blijkt dat haar zoon, B. Vierra (geboren in 1923), reeds als assistent was toegestaan.
De ambtenaren (de controleur Van Meekeren en de rapporteur van het Marktwezen) adviseren negatief. De voornaamste redenen voor afwijzing zijn:
1. Reeds verleende hulp: Er was al assistentie toegestaan voor haar zoon.
2. Marktorde: Men achtte een verdere uitbreiding van het aantal personen achter de stal "uit een oogpunt van marktorde ongewenst."
De besluitvorming verloopt via verschillende schijven tussen 16 augustus (brief van de aanvrager) en 20 september 1941 (uiteindelijk besluit). Dit document is opgesteld in september 1941 in het bezette Amsterdam. De naam "Vierra-Polak" duidt op een Sefardisch-Asjkenazische Joodse achtergrond. Dit is cruciaal voor de historische context: vanaf begin 1941 voerde de Duitse bezetter steeds strengere beperkingen in voor Joodse marktkooplieden.
In deze specifieke periode (september 1941) werden Joden in Amsterdam steeds meer geïsoleerd. Kort na de datum van dit document werden Joodse kooplieden gedwongen hun nering te verplaatsen naar speciaal aangewezen "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat) en mochten zij niet langer op algemene markten zoals de Albert Cuypmarkt staan. De bureaucratische toon van het document verhult de toenemende rechtsongelijkheid en de naderende uitsluiting van de aanvrager uit het openbare economische leven. De strenge handhaving van de "marktorde" werd in deze periode vaak als instrument gebruikt om Joodse ondernemers te beperken.