Getypte brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie). 22 september 1941. Onbekende instantie (mogelijk een gemeentelijke afdeling of een bureau gerelateerd aan de Joodsche Raad), gekenmerkt door initialen "VD/HG.". Mw. de Wed. H. Vierra-Polak, Eerste van der Helststraat 40 II, Amsterdam-Zuid. VD/HG.
Extra [handgeschreven]
Mw. de Wed. H. Vierra-Polak,
Eerste van der Helststraat 40 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
25/105/2 M. 22 September 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 Augustus jl. deel ik U mede, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan, daar U reeds vergunning voor assistentie van Uw zoon is verleend.
De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een officiële afwijzing van een verzoek dat door Henriëtte Vierra-Polak (de weduwe van H. Vierra) was ingediend op 16 augustus 1941. De kern van de afwijzing is dat mevrouw al over een vergunning beschikt voor de hulp ("assistentie") van haar zoon.
De toon is strikt bureaucratisch en afstandelijk. De brief geeft inzicht in de verregaande mate waarin het dagelijks leven van burgers (in dit geval specifiek de Joodse burgers in Amsterdam) tijdens de bezetting gereguleerd was. Zelfs voor hulp in de huishouding of bijstand door familieleden waren officiële vergunningen nodig. De datum, september 1941, plaatst dit document in de context van de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging in Nederland. De namen 'Polak' en 'Vierra' (een veelvoorkomende Sefardische naam) duiden op een Joodse achtergrond van de geadresseerde.
Vanaf het begin van de bezetting voerden de nazi's stapsgewijs anti-Joodse maatregelen in. In 1941 werden deze steeds nijpender. Joden mochten steeds minder zelf bepalen en waren voor basiszaken afhankelijk van vergunningen van de overheid of de door de bezetter ingestelde Joodsche Raad. Het adres, Eerste van der Helststraat 40, ligt in de buurt De Pijp, een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Dit document is een voorbeeld van de administratieve last en de beperking van bewegingsvrijheid waarmee zij te maken kregen. H. Vierra