Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 164
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk rapport / intern memo van de marktdienst.

1 september 1941 (datum van opstelling), met administratieve afhandeling tot 5 september 1941.

Origineel

Ambtelijk rapport / intern memo van de marktdienst. 1 september 1941 (datum van opstelling), met administratieve afhandeling tot 5 september 1941. [Bovenzijde links, stempel en handgeschreven toevoeging]
$N^{\underline{o}} \text{ } 25/114/M. 1941 \text{ } 6/9$

[Bovenzijde rechts]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

[Midden]
Rapport

Na herhaalde waarschuwingen blijft
D. M. v. Hillen pl. $N^{\underline{o}}$. 291 Alb. Cuypstraat,
doorgaan met meer plaatsruimte in te
nemen dan hem is toegewezen.

[Onderzijde links]
Gov. Flinckstraat $398^I$
$1^e$ melding Schr. waarschuwing Amsterdam $2/9^{41}$

[Handgeschreven annotaties in het midden/onderaan]
$25/114/M \text{ } 1/9/41$ [paraaf]
$5-9-'41 \text{ } deltoy [?] \text{ } [paraaf]$
$acc. D$

[Handtekening rechtsonder]
J Bakker Dit handgeschreven rapport is een zakelijke melding van een inspecteur of toezichthouder aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de klacht is dat een standplaatshouder, de heer D. M. v. Hillen, zich niet houdt aan de hem toegewezen afmetingen op de Albert Cuypmarkt (standplaats 291). Ondanks eerdere waarschuwingen blijft hij een groter oppervlak bezetten dan toegestaan.

Het document bevat diverse administratieve elementen:
* Identificatie: Het nummer van de standplaats en het woonadres van de koopman (Govert Flinckstraat 398-I) zijn genoteerd voor verdere actie.
* Handhaving: Onderaan is te zien dat er op 2 september 1941 een "Schr[iftelijke] waarschuwing" is uitgegaan.
* Bureaucratisch proces: De verschillende data, parafen en de "acc[oord]" aantekening laten de voortgang van het dossier binnen de gemeentelijke hiërarchie zien. Het document dateert van september 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In de oorlogsjaren stond de markt onder streng toezicht van de gemeente en de bezetter, zowel wat betreft de distributie van goederen als de handhaving van de openbare orde en verordeningen.

In 1941 vonden er ingrijpende en tragische veranderingen plaats op de Amsterdamse markten: vanaf september van dat jaar mochten Joodse kooplieden en marktbezoekers niet meer op de reguliere markten komen en werden zij verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". Hoewel dit specifieke rapport een reguliere handhavingskwestie lijkt te betreffen (ruimtegebruik), toont het de uiterst punctuele en bureaucratische wijze waarop het marktwezen in deze gespannen periode werd bestuurd. De Govert Flinckstraat, waar de betrokkene woonde, loopt parallel aan de Albert Cuypstraat in de wijk De Pijp.

Samenvatting

Dit handgeschreven rapport is een zakelijke melding van een inspecteur of toezichthouder aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de klacht is dat een standplaatshouder, de heer D. M. v. Hillen, zich niet houdt aan de hem toegewezen afmetingen op de Albert Cuypmarkt (standplaats 291). Ondanks eerdere waarschuwingen blijft hij een groter oppervlak bezetten dan toegestaan.

Het document bevat diverse administratieve elementen:
* Identificatie: Het nummer van de standplaats en het woonadres van de koopman (Govert Flinckstraat 398-I) zijn genoteerd voor verdere actie.
* Handhaving: Onderaan is te zien dat er op 2 september 1941 een "Schr[iftelijke] waarschuwing" is uitgegaan.
* Bureaucratisch proces: De verschillende data, parafen en de "acc[oord]" aantekening laten de voortgang van het dossier binnen de gemeentelijke hiërarchie zien.

Historische Context

Het document dateert van september 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In de oorlogsjaren stond de markt onder streng toezicht van de gemeente en de bezetter, zowel wat betreft de distributie van goederen als de handhaving van de openbare orde en verordeningen.

In 1941 vonden er ingrijpende en tragische veranderingen plaats op de Amsterdamse markten: vanaf september van dat jaar mochten Joodse kooplieden en marktbezoekers niet meer op de reguliere markten komen en werden zij verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". Hoewel dit specifieke rapport een reguliere handhavingskwestie lijkt te betreffen (ruimtegebruik), toont het de uiterst punctuele en bureaucratische wijze waarop het marktwezen in deze gespannen periode werd bestuurd. De Govert Flinckstraat, waar de betrokkene woonde, loopt parallel aan de Albert Cuypstraat in de wijk De Pijp.

Gerelateerde Documenten 6