Handgeschreven brief (correspondentie met overheidsinstantie).
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie met overheidsinstantie). 2 oktober 1941. L. Halberstadt, Van Woustraat 53, Amsterdam (Z). De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. N\underline{o} 25/116/3 M. 1941 3/10
A'dam, 2 Oct. 1941.
Den Directeur van het
Marktwezen te
Amsterdam
WelEd: Heer, nu Inm.
Bij deze verzoek ik U beleefd
mijn verzoekschrift om uitstel
van mijn plaats in de Alb. Cuypstr.
ongedaan te maken.
Zodoende wensch ik ontheven
te worden van mijn vaste
plaatsen op de markten
Alb. Cuypstr: en Westerstraat,
daar het mij bezwaarlijk is
het geld te betalen.
Hoogachtend,
L. Halberstadt
van Woustr: 53
Amsterdam (Z)
25 In deze korte brief verzoekt L. Halberstadt de directeur van het Amsterdamse Marktwezen om een eerder verzoek (om uitstel van betaling voor zijn standplaats) in te trekken. In plaats daarvan verzoekt hij om per direct afstand te doen van zijn vaste marktplaatsen op de Albert Cuypmarkt en de markt in de Westerstraat. De expliciete reden die hij opgeeft is van financiële aard: het is voor hem "bezwaarlijk" (niet meer mogelijk) om het verschuldigde stageld te betalen. De schrijfstijl is sober en formeel. De historische context van deze brief is van groot belang. De brief is geschreven in oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 vaardigden de nazi-autoriteiten verordeningen uit die Joden verboden deel te nemen aan het openbare leven; vanaf oktober 1941 mochten Joodse kooplieden niet langer op reguliere markten staan en werden zij verbannen naar specifieke "Joodse markten" of geheel uit hun beroep gezet.
Gezien de naam Halberstadt (een veelvoorkomende Joodse familienaam in Amsterdam) en de datum, is deze brief zeer waarschijnlijk een direct gevolg van deze antisemitische uitsluitingsmaatregelen. Het opgeven van de vaste plaatsen op de Albert Cuyp en de Westerstraat vanwege "betalingsproblemen" weerspiegelt de economische wurggreep waarin de Joodse bevolking door de bezetter werd geplaatst. De brief documenteert daarmee het moment waarop een Joodse Amsterdammer gedwongen zijn nering in de stad moest staken. L. Halberstadt Marktwezen