Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekening. 19 september 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam). [Handgeschreven: Verzonden 20/9]
HG.
den Heer J.van Gelder,
Zwanenburgwal 48 hs,
<u>Amsterdam-Centrum.</u>
Wijk 3.
25/120/1 M. 19 September 1941.
U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toe-
behooren, voor de kramenverlichting op de markt Albert Cuypstraat
ten spoedigste in te leveren bij den dienstdoenden marktambtenaar
van bovengenoemde markt.
De Directeur, * **Inhoud:** De brief is een sommatie aan de heer J. van Gelder om onmiddellijk ("ten spoedigste") een verlichtingssnoer met toebehoren in te leveren. Dit snoer was hem door de gemeente in bruikleen verstrekt voor zijn marktkraam op de Albert Cuypmarkt.
- Toon: De tekst is kort en zakelijk-formeel, zoals gebruikelijk voor ambtelijke correspondentie uit die tijd.
- Locatie: De Zwanenburgwal maakte deel uit van de Joodse buurt in Amsterdam. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad, waar indertijd veel Joodse kooplieden werkten.
- Opmerkelijk detail: De datum, 19 september 1941, is cruciaal voor de duiding van dit document. De eis tot onmiddellijke teruggave van bedrijfsmiddelen wijst op een plotselinge beëindiging van de handelsrechten van de geadresseerde op deze specifieke markt. Dit document moet worden gezien in het licht van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger.
In september 1941 werd de uitsluiting van Joden uit het openbare leven geïntensiveerd. Op 15 september 1941 (slechts vier dagen voor de datum van deze brief) werden er verordeningen van kracht die Joden de toegang tot vele openbare plaatsen ontzegden. Voor Joodse marktkooplieden betekende dit dat zij niet langer op de reguliere markten, zoals de Albert Cuypmarkt, mochten staan. In november 1941 werden er specifieke 'Joodse markten' (L-markten) ingesteld waar zij nog beperkt mochten handelen.
De vordering van het verlichtingssnoer is een directe uiting van deze uitsluiting: de heer Van Gelder mocht zijn beroep op de Albert Cuypmarkt niet langer uitoefenen en moest daarom de van de gemeente geleende faciliteiten onmiddellijk inleveren. Het document vormt daarmee een tastbaar bewijs van het bureaucratische proces waarmee Joodse Amsterdammers uit hun economische bestaan werden gedrukt. J. van Gelder Gemeente Amsterdam