Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). 16 april 1939. A. Harpman, wonende aan de Nieuwe Prinsengracht 56 I, Amsterdam. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No.20/13/1 M. 1939 AFSCHRIFT.
No.110/7 L.M.1939
16-4-1939
Aan Burgemeester en
Wethouders
B. en W.,
Ondergeteekende in het bezit van een bakvergunning
voor het Waterlooplein en Dapperstraat voor het bakken van oliebollen
en wafelen. Ondergeteekende zou zijn vergunning ~~xx~~ graag veranderd
willen hebben voor alle markten dezer stede. Gaarne een gunstig ant-
woord.
Hoog Achtend
w.g.A.Harpman.
N.Prinsengracht 56 I
Alhier. * **Doel van de brief:** Een verzoek van een marktkoopman (A. Harpman) om zijn bestaande bakvergunning uit te breiden.
- Huidige situatie: De afzender heeft reeds een vergunning om oliebollen en wafels te bakken op de markt van het Waterlooplein en de Dapperstraat.
- Verzoek: Hij vraagt toestemming om deze vergunning te laten gelden voor alle markten in de stad Amsterdam ("dezer stede").
- Toon: Formeel, zakelijk en beknopt. Het gebruik van "w.g." (was getekend) duidt aan dat dit een officieel afschrift is van het originele document voor administratieve doeleinden. Dit document stamt uit april 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locaties die worden genoemd (Waterlooplein en Dapperstraat) waren destijds belangrijke marktplaatsen in Amsterdam met een sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap. Ook het adres van de afzender (Nieuwe Prinsengracht) lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Harpman is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse economische realiteit van kleine zelfstandigen vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het toont hoe marktkooplieden hun nering probeerden uit te breiden via de officiële weg bij het gemeentebestuur. Dergelijke vergunningen waren cruciaal voor het levensonderhoud van vele families in de buurt. Het feit dat dit een archiefstuk is, suggereert dat het onderdeel was van de gemeentelijke besluitvorming over markttoezicht en regelgeving. A. Harpman
Samenvatting
- Doel van de brief: Een verzoek van een marktkoopman (A. Harpman) om zijn bestaande bakvergunning uit te breiden.
- Huidige situatie: De afzender heeft reeds een vergunning om oliebollen en wafels te bakken op de markt van het Waterlooplein en de Dapperstraat.
- Verzoek: Hij vraagt toestemming om deze vergunning te laten gelden voor alle markten in de stad Amsterdam ("dezer stede").
- Toon: Formeel, zakelijk en beknopt. Het gebruik van "w.g." (was getekend) duidt aan dat dit een officieel afschrift is van het originele document voor administratieve doeleinden.
Historische Context
Dit document stamt uit april 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locaties die worden genoemd (Waterlooplein en Dapperstraat) waren destijds belangrijke marktplaatsen in Amsterdam met een sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap. Ook het adres van de afzender (Nieuwe Prinsengracht) lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Harpman is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse economische realiteit van kleine zelfstandigen vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het toont hoe marktkooplieden hun nering probeerden uit te breiden via de officiële weg bij het gemeentebestuur. Dergelijke vergunningen waren cruciaal voor het levensonderhoud van vele families in de buurt. Het feit dat dit een archiefstuk is, suggereert dat het onderdeel was van de gemeentelijke besluitvorming over markttoezicht en regelgeving.