Archief 745
Inventaris 745-273
Pagina 259
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.

11 mei 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 11 mei 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:]
M. de Waer

[Handgeschreven, middenboven:]
Verzonden w/s

[Getypt:]
vD/HG.

20/13/2 M.
1

11 Mei 1939.

Verzoek van A. Harpman tot
uitbreiding van zijn vergunning
tot het bakken van oliebollen
en wafelen op de markten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 19 April jl. om advies ontvangen stuk no. 110/7 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat adressant op 17 December 1936 onder no. 23/14 L.M.1936 door Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend tot het bakken van oliebollen en wafelen op de markten Waterlooplein en Dapperstraat. Hij verzoekt thans uitbreiding van deze vergunning met de Noordermarkt, waartegen mijnerzijds geen bezwaar bestaat. Ik geef U mitsdien beleefd in overweging de aan A. Harpman verleende vergunning tot het bakken van oliebollen en wafelen te doen luiden voor de markten Waterlooplein, Dapperstraat en Noordermarkt.

De Directeur,

--- Dit document is een formeel ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder belast met Levensmiddelen. De directeur van de betreffende dienst reageert op een adviesaanvraag ("kantbrief") betreffende een verzoek van de heer A. Harpman.

Harpman beschikte reeds sinds december 1936 over een vergunning om oliebollen en wafels te bakken op twee bekende Amsterdamse markten: het Waterlooplein en de Dapperstraat. Hij wenst deze vergunning uit te breiden naar de Noordermarkt. De directeur adviseert de wethouder positief over dit verzoek, aangezien er vanuit zijn expertise geen bezwaren zijn. Het taalgebruik is typisch voor de vooroorlogse bureaucratie ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging").

--- Het document dateert van mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de economische activiteit op de markten streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam. De genoemde markten — Waterlooplein (historisch de centrale Joodse markt), Dapperstraat en Noordermarkt — vormen nog steeds de kern van de Amsterdamse marktcuituur.

De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijst op een specifieke bestuurlijke focus op voedseldistributie en volksvoeding, wat in de crisistijd en de dreigende oorlogssituatie van 1939 van cruciaal belang was. De achternaam Harpman kwam in die tijd veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam; gezien de standplaats op het Waterlooplein is het zeer waarschijnlijk dat de verzoeker een Joodse ondernemer was. Dit geeft het document een extra historische laag met betrekking tot het Joodse ondernemerschap in Amsterdam vlak voor de Holocaust.

Samenvatting

Dit document is een formeel ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder belast met Levensmiddelen. De directeur van de betreffende dienst reageert op een adviesaanvraag ("kantbrief") betreffende een verzoek van de heer A. Harpman.

Harpman beschikte reeds sinds december 1936 over een vergunning om oliebollen en wafels te bakken op twee bekende Amsterdamse markten: het Waterlooplein en de Dapperstraat. Hij wenst deze vergunning uit te breiden naar de Noordermarkt. De directeur adviseert de wethouder positief over dit verzoek, aangezien er vanuit zijn expertise geen bezwaren zijn. Het taalgebruik is typisch voor de vooroorlogse bureaucratie ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging").


Historische Context

Het document dateert van mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de economische activiteit op de markten streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam. De genoemde markten — Waterlooplein (historisch de centrale Joodse markt), Dapperstraat en Noordermarkt — vormen nog steeds de kern van de Amsterdamse marktcuituur.

De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijst op een specifieke bestuurlijke focus op voedseldistributie en volksvoeding, wat in de crisistijd en de dreigende oorlogssituatie van 1939 van cruciaal belang was. De achternaam Harpman kwam in die tijd veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam; gezien de standplaats op het Waterlooplein is het zeer waarschijnlijk dat de verzoeker een Joodse ondernemer was. Dit geeft het document een extra historische laag met betrekking tot het Joodse ondernemerschap in Amsterdam vlak voor de Holocaust.

Kooplieden in dit dossier 69

A.F. Boomstra Waterlooplein
A.F. Boomstra Uilenburg
A. v. d. Ven Waterlooplein
A. v. d. Ven Waterlooplein
A.W. Rees Waterlooplein
A.W. Rees Uilenburg
W. Hendrixx Uilenburg
C. Ravesteyn Waterlooplein
G.J. Emons *Dapperstr. Uilenburg, zoon amstelveen, 6-6-86.* Uilenburg
G.J. Emons Waterlooplein
G. Lisser *Dapperstr.* Uilenburg
G. Lisser Waterlooplein
G.M. Waterman Waterlooplein
G.M. Waterman Uilenburg
G.W. Kragten Waterlooplein
G.W. Kragten Uilenburg
H. Ballering Waterlooplein
H. Ballering Uilenburg
H.H. Jonkman { *geb. 6/5 95 Dapperstr. Leeuwenmond. waterloopl.* Uilenburg
H. Jonkman Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
H. van Elburg Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
J. Mullem Waterlooplein
J. Salomons Waterlooplein
J. Salomons *Uilenburg* Uilenburg
J. Stodel Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
J. Stouwer Waterlooplein
J. Stouwer Uilenburg
Alle 69 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1