Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 3 november 1941. J. van Oort, Van Ostadestraat 124 I, Amsterdam (Zuid). Vermoedelijk de Directie van het Marktwezen of een gemeentelijke instantie te Amsterdam. Nº 25/146/1 M. 1941 7/11
3-11-1941.
Wel. Ed. Heer
Met deze ben ik zoo vry aan u
te vragen om één vaste
standplaats in de Albert-
Cuypstraat voor aardappelen,
groenten en fruit. Daar ik
als knecht 10 jaar bij een
Joodsche baas hebt gewerkt
en deze nu door omstandig-
heden niet meer op de markt
mag staan wou ik gaarne
voor me zelf beginnen. Deze
baas had zijn standplaats
voor perceel 86 Albertcuypstr.
U begrijpt dat de klanten mij
allemaal kennen en ik gaarne
deze plaats of één daar in de
naasten omgeving zoo willen
hebben. Hoopende een gunstig
antwoord van u te mogen
ontvangen.
Hoog Achtend
J van Oort.
Van Ostadestraat 124 I Zuid * Inhoud: De schrijver, J. van Oort, verzoekt om een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt voor de verkoop van aardappelen, groenten en fruit. Hij motiveert dit verzoek door aan te geven dat hij tien jaar lang als knecht heeft gewerkt voor een Joodse koopman die nu "door omstandigheden" niet meer op de markt mag staan.
* Kernpunt: Van Oort wil specifiek de plek van zijn voormalige werkgever overnemen (voor pand nummer 86) omdat de bestaande klantenkring hem daar al kent.
* Toon: De brief is formeel en beleefd gesteld, kenmerkend voor correspondentie met de overheid in die periode.
* Taalgebruik: Opvallend is het gebruik van de term "omstandigheden" als eufemisme voor de uitsluiting van Joden, en de destijds gebruikelijke spelling ("vry", "Joodsche", "zoo"). Dit document is een direct bewijsstuk van de gevolgen van de Duitse bezetting in Nederland. In 1941 voerden de nationaalsocialisten steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Vanaf september 1941 mochten Joodse kooplieden niet meer op de reguliere Amsterdamse markten staan; zij werden verbannen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten".
De brief illustreert de economische "arisering" van de markt: wanneer Joodse ondernemers gedwongen werden hun nering te staken, kwamen hun plekken vrij. Voor niet-Joodse werknemers, zoals Van Oort, ontstond hierdoor de mogelijkheid (of de noodzaak, aangezien hun werkgever was weggevallen) om de standplaats en de klantenkring over te nemen. De Albert Cuypmarkt in de Pijp was een centraal punt waar deze maatschappelijke en economische verschuivingen zeer zichtbaar waren. J. van Oort Marktwezen