Getypte brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Getypte brief (ambtelijke correspondentie). 13 september 1939. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de marktnamen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven, handgeschreven:] Ien. Fr. de Haer.
[Midden boven:] vP/HG.
[Linksboven:] 20/13/4 M.
[Midden, handgeschreven:] extra
[Rechtsboven:] 13 September 1939.
[Links:]
Verzoek van A. Harpman om
oliebollen, wafelen en
patates frites te mogen
bakken op de markten.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 17 Augus-
tus jl. om advies ontvangen stukken no. 110/7 L.M.1939 heb ik de
eer U te berichten, dat dezerzijds overwegende bezwaren bestaan
om adressant toestemming te verleenen tot het bakken van olie-
bollen, wafelen en patates frites op alle markten hier ter stede,
aangezien, zooals U bekend is, het bakken op verscheidene
markten reeds tot klachten van omwonenden en van andere koop-
lieden aanleiding gaf. Blijkens nadere toelichting bedoelt
adressant alleen om vergunning te verkrijgen tot het bakken van
oliebollen, wafelen en patates frites op de markten Waterloo-
plein, Dapperstraat en Noordermarkt. Zooals ik U in mijn zich
onder de stukken bevindend rapport d.d. 11 Mei jl. (No. 20/13/2
M.) bereids berichtte, bestaat dezerzijds tegen het verleenen
der bakvergunning voor de bovengenoemde drie markten geen be-
zwaar, wat wafelen en oliebollen betreft. Dit zelfde geldt ten
aanzien van patates frites, weshalve ik U beleefd in overweging
geef den adressant voor de genoemde drie markten de gewenschte
vergunning te doen verleenen.
De Directeur, * Inhoud: De brief betreft een gunstig advies over een vergunningsaanvraag. De directeur adviseert de wethouder om A. Harpman toestemming te geven voor het bakken van snacks (oliebollen, wafels, friet) op drie specifieke markten.
* Argumentatie: Er is bezwaar tegen het toestaan van bakactiviteiten op álle markten in de stad vanwege overlast (stank/rook) voor omwonenden en andere kooplieden. Omdat de aanvrager zich echter beperkt tot het Waterlooplein, de Dapperstraat en de Noordermarkt, vervallen de bezwaren.
* Ambtelijke stijl: Het taalgebruik is formeel en typerend voor de periode ("heb ik de eer U te berichten", "dezerzijds", "weshalve ik U beleefd in overweging geef").
* Administratieve sporen: De brief bevat diverse kenmerken (referentienummers zoals 110/7 L.M.1939) en handgeschreven aantekeningen die duiden op archivering en interne routering. * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 13 september 1939, minder dan twee weken na de Duitse inval in Polen en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de mobilisatie in volle gang.
* Lokale geschiedenis: De genoemde markten (Waterlooplein, Dapperstraat, Noordermarkt) zijn iconische Amsterdamse locaties. Met name het Waterlooplein was in die tijd het hart van de Joodse buurt.
* Voedselvoorziening: De adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is interessant. In tijden van crisis en dreigende schaarste (zoals net na het uitbreken van de oorlog) was de regulering van straathandel en voedselverkoop van groot lokaal belang.
* Gastronomie: De expliciete vermelding van "patates frites" naast traditionele waren als oliebollen en wafels laat zien dat friet in 1939 al een gevestigd onderdeel was van het Amsterdamse straatbeeld, maar dat de verkoop ervan (vermoedelijk vanwege de baklucht) nog streng gereguleerd werd.