Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 346
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (verzoekschrift aan een marktmeester of gemeentelijke instantie).

Van: W. Zeheimer, Borgerstraat 41-43 huis, Amsterdam (West).

Origineel

Brief (verzoekschrift aan een marktmeester of gemeentelijke instantie). W. Zeheimer, Borgerstraat 41-43 huis, Amsterdam (West). Nu heb ik al reeds eenigen weken
in den Alb. Cuipstraat gestaan.
en wou daar probeeren mijn brood
te verdienen, zou het nu niet
mogelijk zijn een vaste plaats te
krijgen in den Albert. Cuipstraat.
Hopende een gunstig antwoord
van U terug te ontvangen teken
ik achtend.
W. Zeheimer Borgerstraat N. 41-43
huis
Amsterdam. (West).

Zoo het niet mogelijk is mijn plaats
te verwisselen met den Albert Cuypstraat
moet ik bij deze bedanken voor mijn
vaste plaats in den Ten Katestraat.
Het nummer van mijn kaart is
plaats No. 3.54. * Inhoud: De briefschrijver, W. Zeheimer, verzoekt om een vaste staplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij of zij heeft daar al enkele weken op proef gestaan. De schrijver stelt een ultimatum: als een vaste plek in de Albert Cuypstraat niet mogelijk is, zegt hij/zij de huidige vaste plek op de Ten Katemarkt op.
* Vorm en Stijl: Het document is geschreven in een net, zakelijk handschrift dat kenmerkend is voor de periode. De toon is beleefd doch direct ("teken ik achtend", "moet ik bij deze bedanken"). Opvallend is de spelling van "Cuipstraat" (met een 'i' in plaats van een 'y'), wat vaker voorkwam in die tijd.
* Persoonsgegevens: De afzender woont in de Borgerstraat in Amsterdam-West, wat geografisch gunstig ligt ten opzichte van de Ten Katemarkt, maar blijkbaar prefereert de schrijver de handel in de Albert Cuypstraat (De Pijp). Dit document biedt een inkijkje in het Amsterdamse marktwezen van de vroege 20e eeuw. De Albert Cuypmarkt (sinds 1905) en de Ten Katemarkt (sinds 1910) waren belangrijke economische centra voor de stad. Marktkooplieden hadden officiële vergunningen en vaste plaatsen nodig die door de gemeente werden beheerd. Het feit dat de schrijver bereid is zijn vaste plek op te geven als de overstap niet lukt, suggereert dat de Albert Cuypstraat destijds al als een veel lucratievere locatie werd beschouwd, of dat de persoonlijke omstandigheden van de koopman een verandering noodzakelijk maakten. De vermelding van het kaartnummer (3.54) wijst op de strikte administratieve controle op marktgelden en standplaatsen.

Samenvatting

  • Inhoud: De briefschrijver, W. Zeheimer, verzoekt om een vaste staplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij of zij heeft daar al enkele weken op proef gestaan. De schrijver stelt een ultimatum: als een vaste plek in de Albert Cuypstraat niet mogelijk is, zegt hij/zij de huidige vaste plek op de Ten Katemarkt op.
  • Vorm en Stijl: Het document is geschreven in een net, zakelijk handschrift dat kenmerkend is voor de periode. De toon is beleefd doch direct ("teken ik achtend", "moet ik bij deze bedanken"). Opvallend is de spelling van "Cuipstraat" (met een 'i' in plaats van een 'y'), wat vaker voorkwam in die tijd.
  • Persoonsgegevens: De afzender woont in de Borgerstraat in Amsterdam-West, wat geografisch gunstig ligt ten opzichte van de Ten Katemarkt, maar blijkbaar prefereert de schrijver de handel in de Albert Cuypstraat (De Pijp).

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het Amsterdamse marktwezen van de vroege 20e eeuw. De Albert Cuypmarkt (sinds 1905) en de Ten Katemarkt (sinds 1910) waren belangrijke economische centra voor de stad. Marktkooplieden hadden officiële vergunningen en vaste plaatsen nodig die door de gemeente werden beheerd. Het feit dat de schrijver bereid is zijn vaste plek op te geven als de overstap niet lukt, suggereert dat de Albert Cuypstraat destijds al als een veel lucratievere locatie werd beschouwd, of dat de persoonlijke omstandigheden van de koopman een verandering noodzakelijk maakten. De vermelding van het kaartnummer (3.54) wijst op de strikte administratieve controle op marktgelden en standplaatsen.

Gerelateerde Documenten 6