Officieel formulier van de Dienst Marktwezen, Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel formulier van de Dienst Marktwezen, Gemeente Amsterdam. MARKTWEZEN AMSTERDAM [Handgeschreven in potlood: WP A.v]
No. 1060
Dienst Marktwezen
Ondergeteekende [Handgeschreven: L. Vond]
houder(ster) van een vaste plaats(en) No. [Handgeschreven: 65]
op de Markt [Handgeschreven: Dapperstraat]
wenscht met ingang van [Handgeschreven: 10 Februari a.s.]
van deze plaats(en) geen verder gebruik te maken.
AMSTERDAM, [Handgeschreven: 6 Febr] 194[Handgeschreven: 1]
HANDTEEKENING :
[Handgeschreven handtekening: L. Vond]
M.W. 67 1000-12-'40
OPMERKINGEN :
[Stempel in paars: Nº 26 / 6 / 26] [Stempel in paars: M. 1941]
Afgevoerd C. W. No. ....
week van [Stempel in paars: 10 FEB. 1941] Dit document is een formele opzegging van een marktplaats op de Amsterdamse Dappermarkt door L. Vond. De aanvraag werd gedaan op 6 februari 1941 en effectief gemaakt op 10 februari 1941.
- Administratieve verwerking: De stempels onderaan bevestigen dat de administratie van het Marktwezen de aanvraag direct heeft verwerkt. De "week van 10 FEB. 1941" stempel markeert het moment van feitelijke afvoer uit het register.
-
Formulierkenmerken: Het kenmerk 'M.W. 67 1000-12-'40' duidt op een drukwerkorder van december 1940 (1000 exemplaren). Dit wijst op een gestandaardiseerde procedure voor het beëindigen van standplaatsen in die periode. De datum van dit document, februari 1941, is historisch zeer significant. Het bevindt zich in de periode van de Duitse bezetting van Nederland, vlak voor de Februaristaking.
-
Anti-Joodse maatregelen: Vanaf begin 1941 werden Joodse marktkooplieden in Amsterdam stelselmatig geweerd van reguliere markten. In januari en februari 1941 werden diverse verordeningen van kracht die de bewegingsvrijheid en economische positie van Joden beperkten. Veel Joodse handelaren werden gedwongen hun standplaats op te geven of werden overgeplaatst naar specifieke "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein).
- Dappermarkt: De Dappermarkt in Amsterdam-Oost had voor de oorlog een groot aandeel Joodse kooplieden. Documenten als deze zijn vaak de administratieve neerslag van de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare economische leven. Hoewel de reden van opzegging niet expliciet vermeld staat, past de datum 6 februari 1941 exact in de tijdlijn waarin de druk op Joodse ondernemers tot een kookpunt kwam.