Handgeschreven verzoekschrift / briefkaart.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / briefkaart. 13 februari 1941. J. Schoonewolf, Rechtboomssloot 85 II, Amsterdam. No = 26 / 6 / 45 M. 1941 17/2 [stempel en handgeschreven] A'dam. 13/2 '41
WelEd. Heer.
Ondergetekende verzoekt
beleefd restitutie van het
betaalde halfjaarlijksche
voorschot voor zijn plaats op
de markt aan de Dapperstraat.
J. Schoonewolf no. 1021
J. Schoonewolf [handtekening]
Rechtboomssloot 85 II * Inhoud: De afzender, de heer J. Schoonewolf, verzoekt om de teruggave (restitutie) van het vooruitbetaalde marktgeld (halfjaarlijks voorschot). Het betreft een specifieke standplaats op de Dappermarkt in Amsterdam, aangeduid met nummer 1021.
* Vorm en Stijl: De brief is geschreven in een beleefde, formele stijl ("WelEd. Heer", "verzoekt beleefd"). Het handschrift is een vlot, leesbaar cursief schrift dat gebruikelijk was in het midden van de 20e eeuw.
* Administratieve verwerking: De stempels en codes bovenaan wijzen op een formele registratie door een gemeentelijke instantie, vermoedelijk de Amsterdamse Marktdienst. De datum "17/2" naast het jaartal 1941 is waarschijnlijk de datum van ontvangst of afhandeling door de betreffende dienst. * Historische periode: Het document dateert van 13 februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is een zeer beladen periode in de geschiedenis van Amsterdam. Slechts negen dagen later, op 22 februari 1941, zouden de eerste grote razzia's op Joodse Amsterdammers plaatsvinden, wat leidde tot de Februaristaking.
* Geografie: Het adres van de afzender, de Rechtboomssloot 85 II, ligt in de Lastage-buurt, een wijk die van oudsher deel uitmaakte van de Joodse buurt van Amsterdam. Ook op de Dappermarkt waren veel Joodse kooplieden werkzaam.
* Mogelijke betekenis: Hoewel het verzoek puur administratief oogt, kan de context van de vroege bezettingsjaren relevant zijn. In deze periode werden Joodse burgers door de bezetter stelselmatig uit het openbare leven en het economische verkeer verdrongen. Een verzoek om teruggave van marktgeld kan erop wijzen dat de afzender zijn beroep op de markt niet langer kon of mocht uitoefenen. Uit archiefonderzoek (zoals de Joodse Raad-kaarten of het Stadsarchief Amsterdam) zou kunnen blijken of J. Schoonewolf inderdaad Joods was en of dit verzoek direct verband hield met de anti-Joodse maatregelen van die tijd. J. Schoonewolf