Handgeschreven brief (officiële correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (officiële correspondentie). 5 februari 1941. M. Koster, Hofmeijerstraat 43 II, Amsterdam. Waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. Nº 26 / 7 / 1 M.1941 7/2
A.dam - 5 Febr 1941
Mijnheer
Hiermede bericht ik u
dat ik mijn plaats in de
Dapperstraat plaats Nº 94 wil
opgeven daar ik voorlopig niet
meer naar de markt kan gaan
Hoogachtend
M. Koster
Hofmeijerstraat 43 II
A dam. De brief is een formele opzegging van een standplaats op de Dappermarkt in Amsterdam. Afzender M. Koster meldt dat hij of zij plaats nummer 94 opgeeft omdat het niet meer mogelijk is om naar de markt te gaan. De toon is zakelijk en de reden wordt cryptisch geformuleerd ("daar ik voorlopig niet meer naar de markt kan gaan"), zonder verdere details over de aard van de verhindering. De stempel bovenin suggereert dat de brief op 7 februari 1941 door de betreffende instantie is verwerkt. De historische context van februari 1941 is van cruciaal belang. Amsterdam bevond zich op dat moment in het tweede jaar van de Duitse bezetting. De Dappermarkt was (en is) een centrale markt in Amsterdam-Oost, een stadsdeel waar destijds veel Joodse burgers en kooplieden woonden en werkten.
Slechts enkele dagen na het schrijven van deze brief, op 11 februari 1941, werd de Joodse wijk door de bezetter afgesloten na onlusten, en op 25 februari brak de Februaristaking uit als protest tegen de Jodenvervolging. In deze periode werden Joodse marktkooplieden systematisch gedwarsboomd en uiteindelijk verbannen van de reguliere markten naar speciale "Joodsche markten". Hoewel de brief geen expliciete reden noemt, is het zeer aannemelijk dat de opzegging verband houdt met de toenemende restricties of de onveilige situatie voor Joodse Amsterdammers in de buurt van de Dapperstraat en de Transvaalbuurt (waar de Hofmeijerstraat ligt). M. Koster Gemeente Amsterdam Marktwezen