Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 441
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / dossierstuk betreffende een marktvergunning.

Origineel

Ambtelijke notitie / dossierstuk betreffende een marktvergunning. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/12/1 1941
DOORGEZONDEN: 5/3-41.

[Rechtsboven]
342

[Hoofdtekst]
H. Honing. pl. 57 Dapperstraat
J. Honing. pl. 82 Dapperstraat.

m. i. [mijns inziens] kan aan de Hr Honing
worden toegestaan om hun plaats
op de markt aan de Dapperstraat
een maal per week in te nemen.
Voorloopig voor 3 maanden.

[Marginale notities en ondertekening]
Th. Remy [gevolgd door] advies
7-3-41 de Haer
24-3-41 de Haer
M. i. accoord
modelbriefje voor
1 maanden uitstel [Rood potlood: 26/12/252]
plaatsbezetten HD 25/3 41 AZ
26/3/41 WB

[Onderrand]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke besluitvorming over het gebruik van marktplaatsen op de Amsterdamse Dappermarkt tijdens de Duitse bezetting.

  • Onderwerp: Het betreft een verzoek van (vermoedelijk de broers) H. en J. Honing om hun vaste marktplaatsen (nummer 57 en 82) aan de Dapperstraat weer in te mogen nemen, zij het beperkt tot één dag per week.
  • Besluitvorming: De ambtenaar Th. Remy geeft een positief advies, waarna "de Haer" (waarschijnlijk een leidinggevende bij de afdeling Marktwezen of Algemene Zaken) op 24 maart 1941 akkoord gaat.
  • Beperkingen: De toestemming is tijdelijk ("voorloopig voor 3 maanden") en er wordt gesproken over een "modelbriefje voor 1 maand uitstel". De afkorting "AZ" onderaan staat voor de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Amsterdam.
  • Bureaucratie: De vele data en parafen (5/3, 7/3, 24/3, 25/3, 26/3) tonen de trage, formele gang van zaken binnen het gemeentelijk apparaat in die tijd. Het document dateert van maart 1941, een cruciale periode in de geschiedenis van Amsterdam. Slechts een maand eerder, in februari 1941, had de Februaristaking plaatsgevonden als protest tegen de Jodenvervolging.

De Dappermarkt lag aan de rand van de Oosterparkbuurt, een wijk met veel Joodse inwoners. In deze periode voerden de Duitse bezetters steeds strengere regels in voor Joodse marktkooplieden; zij werden geleidelijk van de reguliere markten verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". Hoewel de naam 'Honing' een algemeen Nederlandse naam is, was deze ook gangbaar onder de Joodse bevolking in Amsterdam. De beperking tot "éénmaal per week" en de tijdelijkheid van de vergunning kunnen wijzen op de precaire status van de aanvragers of de schaarste aan marktplaatsen door de oorlogsomstandigheden.

Het dossiernummer (26/12/1) verwijst naar de administratieve ordening van de afdeling Marktwezen, die in die jaren nauwgezet moest bijhouden wie op welke plek stond, mede in opdracht van de bezetter. H. Honing J. Honing Th. Remy de Haer.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke besluitvorming over het gebruik van marktplaatsen op de Amsterdamse Dappermarkt tijdens de Duitse bezetting.

  • Onderwerp: Het betreft een verzoek van (vermoedelijk de broers) H. en J. Honing om hun vaste marktplaatsen (nummer 57 en 82) aan de Dapperstraat weer in te mogen nemen, zij het beperkt tot één dag per week.
  • Besluitvorming: De ambtenaar Th. Remy geeft een positief advies, waarna "de Haer" (waarschijnlijk een leidinggevende bij de afdeling Marktwezen of Algemene Zaken) op 24 maart 1941 akkoord gaat.
  • Beperkingen: De toestemming is tijdelijk ("voorloopig voor 3 maanden") en er wordt gesproken over een "modelbriefje voor 1 maand uitstel". De afkorting "AZ" onderaan staat voor de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Amsterdam.
  • Bureaucratie: De vele data en parafen (5/3, 7/3, 24/3, 25/3, 26/3) tonen de trage, formele gang van zaken binnen het gemeentelijk apparaat in die tijd.

Historische Context

Het document dateert van maart 1941, een cruciale periode in de geschiedenis van Amsterdam. Slechts een maand eerder, in februari 1941, had de Februaristaking plaatsgevonden als protest tegen de Jodenvervolging.

De Dappermarkt lag aan de rand van de Oosterparkbuurt, een wijk met veel Joodse inwoners. In deze periode voerden de Duitse bezetters steeds strengere regels in voor Joodse marktkooplieden; zij werden geleidelijk van de reguliere markten verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". Hoewel de naam 'Honing' een algemeen Nederlandse naam is, was deze ook gangbaar onder de Joodse bevolking in Amsterdam. De beperking tot "éénmaal per week" en de tijdelijkheid van de vergunning kunnen wijzen op de precaire status van de aanvragers of de schaarste aan marktplaatsen door de oorlogsomstandigheden.

Het dossiernummer (26/12/1) verwijst naar de administratieve ordening van de afdeling Marktwezen, die in die jaren nauwgezet moest bijhouden wie op welke plek stond, mede in opdracht van de bezetter.

Genoemde Personen 4

Locaties

Amsterdam (Dapperstraat / Dappermarkt).

Gerelateerde Documenten 6