Administratieve indexkaart (Bijblad) van de Gemeente Amsterdam betreffende marktgelden.
Origineel
Administratieve indexkaart (Bijblad) van de Gemeente Amsterdam betreffende marktgelden. Februari - maart 1941. [Bovenaan rechts, in potlood:]
376
[Kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/15/1 1941
DOORGEZONDEN: 20/3-41.
[Hoofdtekst, handgeschreven:]
E. Polak, Krygerstraat 5 - II
pl. 116 Uilenburg
" 195 Dapperstraat
s.v.p. wegens hechtenis vrijstellen
van betaling van marktgeld
vanaf 23 Februari '41.
[In het midden, in rode inkt:]
26/15/2 LI
[Rechts daarvan, in zwarte inkt:]
geen schuld
[Paraaf] 21/3 '41
[Onder het rode nummer:]
22/3/41 [Paraaf]
[Linksonder, gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve notitie betreffende E. Polak, woonachtig aan de Krugerstraat 5-II in Amsterdam. Uit de kaart blijkt dat Polak twee marktplaatsen exploiteerde: standplaats 116 op de Uilenburgerstraat en standplaats 195 op de Dappermarkt.
De kern van de notitie is een verzoek om vrijstelling van het marktgeld vanaf 23 februari 1941. Als reden wordt expliciet "wegens hechtenis" (gevangenschap) opgegeven. De administratie heeft gecontroleerd of er nog achterstallige betalingen waren ("geen schuld") alvorens het verzoek op 21 en 22 maart 1941 te verwerken. De datum van 23 februari 1941 en de reden "hechtenis" zijn historisch zeer beladen. Op 22 en 23 februari 1941 vonden in Amsterdam de eerste grote razzia's plaats, waarbij honderden joodse mannen werden opgepakt als vergelding voor onlusten in de Jodenbuurt. Deze gebeurtenis leidde kort daarna tot de Februaristaking.
Gezien de achternaam Polak en de locaties van de marktplaatsen (Uilenburg lag in het hart van de oude Jodenbuurt), is het zeer aannemelijk dat E. Polak een van de mannen was die tijdens deze razzia's werd weggevoerd. Terwijl de bureaucratie van de marktmeester zich secuur bezighield met de afwikkeling van standplaatsgelden en het vaststellen dat er "geen schuld" was, bevond de kaarthouder zich in een levensbedreigende situatie in gevangenschap (waarschijnlijk Kamp Schoorl, gevolgd door deportatie naar Buchenwald of Mauthausen). Dit document vormt hiermee een kille administratieve getuige van de Holocaust in Nederland. E. Polak M. No Gemeente Amsterdam