Brief (doorslag/kopie van een officieel schrijven).
Origineel
Brief (doorslag/kopie van een officieel schrijven). 19 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Mw. W. Buijs-Trompetter, Commelinstraat 78 I, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven bovenaan:] Verzonden 19/6 [en:] v.d. Meer [?]
[Rechtsboven getypt:] HG.
Mw.W.Buijs-Trompetter,
Commelinstraat 78 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
26/22/2 M.
19 Juni 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Mei jl. verleen ik U
hierbij gedurende 3 maanden na dato dezes uitstel van Uw verplich-
ting om regelmatig Uw plaats op de markt Dapperstraat te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw af-
wezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst-
doenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * Inhoud: In deze brief krijgt mevrouw Buijs-Trompetter toestemming om gedurende drie maanden haar marktplaats op de Dappermarkt in Amsterdam niet persoonlijk te bezetten. Dit is een reactie op een verzoek dat zij op 27 mei 1941 schriftelijk heeft ingediend. De voorwaarde voor dit uitstel is dat de verschuldigde wekelijkse staangelden (het marktgeld) wel gewoon doorbetaald moeten worden aan de dienstdoende ambtenaar.
* Toon: Formeel en administratief.
* Administratieve details: De brief vermeldt specifiek "Wijk 18", wat de administratieve indeling van de stad of de marktregio betreft. De handgeschreven notitie "Verzonden 19/6" bevestigt dat het een kopie voor het archief betreft van een daadwerkelijk verstuurd stuk. * Historische periode: De brief is gedateerd op 19 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie en Bevolking: De Commelinstraat en de Dapperstraat liggen in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt met een significante Joodse populatie. De achternaam van de geadresseerde, Trompetter, is een veelvoorkomende Nederlands-Joodse familienaam.
* Jodenvervolging: In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger. Vanaf juni 1941 (dezelfde maand als deze brief) namen de beperkingen voor Joodse ondernemers en marktkooplieden toe. Hoewel deze brief een reguliere administratieve handeling lijkt, kan de reden voor het verzoek tot tijdelijke afwezigheid (het "uitstel van de verplichting") verband houden met de precaire situatie waarin Joodse Amsterdammers zich bevonden, zoals ziekte, onderduik-overwegingen of het feit dat werken op een openbare markt steeds gevaarlijker of moeilijker werd gemaakt door de bezetter. Het feit dat zij haar standplaats formeel aanhoudt (door te betalen), wijst op een hoop of intentie om later terug te keren. W. Buijs