Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 493
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven rapportage/ambtelijke correspondentie.

5 augustus 1941 (met latere aantekeningen van 11 augustus 1941). Van: J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder).

Origineel

Handgeschreven rapportage/ambtelijke correspondentie. 5 augustus 1941 (met latere aantekeningen van 11 augustus 1941). J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder). [Links boven:]
Dapperstraat

[Rechts boven:]
5 Aug: 1941
Den Heer Inspecteur


[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van het schryven v/d Hr: G. Suvenye meld ik U het volgende. G. Suvenije was 3 weken markt-geld schuldig, toen ik hem zag loopen op de markt Dapperstraat. Toen ik hem aansprak over betaling marktgeld, antwoordde hij „ik heb mijn plaats toch opgezegd” waarop ik antwoordde dat kan alleen schriftelijk gedaan worden” waarmede ik de daarvoor bestemde formulieren bedoelde. Aan het marktkantoor is niet door Suvenye voor zijn plaats bedankt -

[Ondertekening:]
J. Renz

[Handgeschreven toevoeging onderaan links:]
waar is dit dan gebeurd, de Vries!
daar S. schrijft dat hij direct een
schriftelijke bedanking heeft gestuurd.

[Aantekeningen onderaan rechts:]
niet ontvangen , 20.2,
H.D. 11/8 '41
[Blauwe paraaf 'B'] Het document betreft een interne rapportage over een conflict met een marktkoopman, G. Suvenije, op de Amsterdamse Dappermarkt in augustus 1941. De kern van de zaak is een administratief meningsverschil: de marktmeester (Renz) vordert drie weken achterstallig marktgeld, terwijl de koopman beweert zijn plek al te hebben opgezegd.

Opvallend is de bureaucratische afhandeling: Renz wijst op de strikte regel dat opzegging alleen via officiële formulieren kan geschieden. De handgeschreven kanttekeningen onderaan tonen de interne controle; een meerdere of collega vraagt aan 'de Vries' waar die opzegging dan gebleven is, waarop geconstateerd wordt dat er niets is ontvangen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud van strikt ambtelijke aard is (marktgelden), weerspiegelt het de nauwgezette administratie van de gemeente Amsterdam in die tijd. De Dappermarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam-Oost. In deze periode waren er ingrijpende beperkingen voor markthandelaren, zeker voor degenen van Joodse afkomst, hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of dat hier een rol speelt. Het document dient als bewijs voor de procedurele afhandeling van marktvergunningen en de handhaving van betalingsplichten onder het toenmalige marktwezen.

Samenvatting

Het document betreft een interne rapportage over een conflict met een marktkoopman, G. Suvenije, op de Amsterdamse Dappermarkt in augustus 1941. De kern van de zaak is een administratief meningsverschil: de marktmeester (Renz) vordert drie weken achterstallig marktgeld, terwijl de koopman beweert zijn plek al te hebben opgezegd.

Opvallend is de bureaucratische afhandeling: Renz wijst op de strikte regel dat opzegging alleen via officiële formulieren kan geschieden. De handgeschreven kanttekeningen onderaan tonen de interne controle; een meerdere of collega vraagt aan 'de Vries' waar die opzegging dan gebleven is, waarop geconstateerd wordt dat er niets is ontvangen.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud van strikt ambtelijke aard is (marktgelden), weerspiegelt het de nauwgezette administratie van de gemeente Amsterdam in die tijd. De Dappermarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam-Oost. In deze periode waren er ingrijpende beperkingen voor markthandelaren, zeker voor degenen van Joodse afkomst, hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of dat hier een rol speelt. Het document dient als bewijs voor de procedurele afhandeling van marktvergunningen en de handhaving van betalingsplichten onder het toenmalige marktwezen.

Locaties

Amsterdam (Dapperstraat/Dappermarkt).

Gerelateerde Documenten 6