Handgeschreven brief (administratieve correspondentie)
Origineel
Handgeschreven brief (administratieve correspondentie) 25 juli 1941 W. Taal № 26/29/1 M. 1941 20/7
25 juli / 1941 h.i. Insp.
Aan Den Wel Edel Heer
antwoord op u schrijven
bericht ik u de plaats
van de Dapperstraat
W Taal Meneer ik heb
van af 5 April nog niet
op de Plaats gestaan
daar ons Handel en
bedrijf Haring is
blijven wij steeds nog
wachten en hopen
op een andere tijd
dat Er weer voldoende
Haring voor ons komt
ik had wel Eerder
moeten schrijven dat
voel ik wel maar op
dat Er spraaken was
dat wij nog wel eens
Haring krijgen Zouden
blijven wij steeds wachten De brief is geschreven door W. Taal, vermoedelijk een visboer of marktkramer die een vaste standplaats had in de Dapperstraat (de bekende Dapper markt in Amsterdam). De schrijver legt verantwoording af voor het feit dat hij sinds 5 april 1941 niet meer op zijn plek heeft gestaan.
De reden die wordt opgegeven is een gebrek aan handelswaar: "Haring". De auteur verontschuldigt zich voor de late melding ("ik had wel Eerder moeten schrijven"), maar verklaart dit door de voortdurende hoop en geruchten ("spraaken") dat er weer nieuwe aanvoer van haring zou komen. De schrijfstijl is eenvoudig en bevat enkele grammaticale en orthografische eigenaardigheden ("u" in plaats van "uw", "spraaken", "van af"), wat typerend is voor de volkstaal uit die periode. Het document dateert uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De haringvisserij op de Noordzee was in deze periode nagenoeg tot stilstand gekomen vanwege het oorlogsgevaar (mijnen en militaire patrouilles) en de beperkingen opgelegd door de bezetter.
Deze schaarste verklaart direct waarom de schrijver geen haring meer kan verkopen. Administratief gezien was het voor marktkramers van belang hun afwezigheid te rechtvaardigen om hun officiële standplaatsvergunning niet te verliezen. De aantekening "h.i. Insp." bovenin de brief verwijst waarschijnlijk naar de marktinspecteur die toezag op de bezetting van de marktplaatsen. W. Taal