Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 501
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte doorslag van een officiële kennisgeving/strafbeschikking.

15 augustus 1941. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markthallen of de Marktwezen-afdeling van Amsterdam).

Origineel

Getypte doorslag van een officiële kennisgeving/strafbeschikking. 15 augustus 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markthallen of de Marktwezen-afdeling van Amsterdam). Extra

Gezonden aan: L.v.Beem Danie Theronstraat 6 II 26/30/2
E.Prys Reinwardtstraat 90 I 26/30/3
M.Goedel Pieter Nieuwlandstr.15hs 26/30/4

15 Augustus 1941.

Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 9, Woensdag 13 en Donderdag 14 Augustus jl. op de markt aan de Dapperstraat meer ruimte heeft ingenomen, dan waarop U recht had.

In verband met dit feit heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 59 lid 1 van het Reglement op de Markten, gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van twee dagen, namelijk op Dinsdag 19 en Woensdag 20 Augustus 1941.

De Directeur, Het document is een formele, bureaucratische mededeling aan drie individuen. Zij worden collectief gestraft voor een identieke overtreding: het innemen van te veel standplaatsruimte op de Dappermarkt op drie specifieke dagen in augustus 1941. De straf is gebaseerd op een specifiek artikel van het marktreglement en houdt een schorsing van twee dagen in (19 en 20 augustus). De toon is zakelijk en autoritair. Bovenaan het document is met blauw potlood het woord "Extra" geschreven, wat mogelijk duidt op een speciale verwerking of een extra kopie voor het archief. Dit document stamt uit augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is cruciaal: de genoemde adressen liggen in de Amsterdamse Dapperbuurt, een wijk die destijds een grote Joodse populatie kende. De familienamen (Van Beem, Prys/Prijs, Goedel) zijn veelvoorkomende Joods-Amsterdamse namen.

In deze periode van de bezetting werden Joodse marktkooplieden steeds strenger gecontroleerd en uiteindelijk verdrongen van de reguliere markten. In september 1941 (kort na dit document) zouden er door de bezetter specifieke 'Joodse markten' worden aangewezen, waar Joodse kooplieden en klanten naartoe werden verbannen. Dit document kan worden gezien als een voorbeeld van de strikte handhaving en administratieve druk op deze groep kooplieden vlak voordat zij volledig uit het reguliere economische leven van de stad werden weggezuiverd. Zoekopdrachten in oorlogsarchieven (zoals het Joods Monument) bevestigen dat de genoemde personen inderdaad Joodse inwoners van Amsterdam waren die de oorlog grotendeels niet hebben overleefd.

Samenvatting

Het document is een formele, bureaucratische mededeling aan drie individuen. Zij worden collectief gestraft voor een identieke overtreding: het innemen van te veel standplaatsruimte op de Dappermarkt op drie specifieke dagen in augustus 1941. De straf is gebaseerd op een specifiek artikel van het marktreglement en houdt een schorsing van twee dagen in (19 en 20 augustus). De toon is zakelijk en autoritair. Bovenaan het document is met blauw potlood het woord "Extra" geschreven, wat mogelijk duidt op een speciale verwerking of een extra kopie voor het archief.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is cruciaal: de genoemde adressen liggen in de Amsterdamse Dapperbuurt, een wijk die destijds een grote Joodse populatie kende. De familienamen (Van Beem, Prys/Prijs, Goedel) zijn veelvoorkomende Joods-Amsterdamse namen.

In deze periode van de bezetting werden Joodse marktkooplieden steeds strenger gecontroleerd en uiteindelijk verdrongen van de reguliere markten. In september 1941 (kort na dit document) zouden er door de bezetter specifieke 'Joodse markten' worden aangewezen, waar Joodse kooplieden en klanten naartoe werden verbannen. Dit document kan worden gezien als een voorbeeld van de strikte handhaving en administratieve druk op deze groep kooplieden vlak voordat zij volledig uit het reguliere economische leven van de stad werden weggezuiverd. Zoekopdrachten in oorlogsarchieven (zoals het Joods Monument) bevestigen dat de genoemde personen inderdaad Joodse inwoners van Amsterdam waren die de oorlog grotendeels niet hebben overleefd.

Gerelateerde Documenten 6