Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 515
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift/brief.

16 september 1941. Van: L.A. Reens, Dapperstraat 42 I, Amsterdam. Aan: De Commissaris-Generaal voor de Veiligheid (Hanns Albin Rauter), Den Haag.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift/brief. 16 september 1941. L.A. Reens, Dapperstraat 42 I, Amsterdam. De Commissaris-Generaal voor de Veiligheid (Hanns Albin Rauter), Den Haag. Amsterdam 16 Sept '41

Aan den heer
Commissaris Generaal
voor de Veiligheid.
Den Haag

Geachte Heer.

Ondergeteekende L. A. Reens
wonende Dapperstraat 42 I
te Amsterdam. geboren 6 Oct 1902
van beroep koopman in bloemen
doet hiermede beleefd het volgende
beroep op u.
Ongt: is gehuwd en heeft
drie minderjarige kinderen
en heeft een marktplaats
op de Dapperstraat voor
het uitstallen van bloemen
en planten. Naar aanleiding
van de door u genomen veilig-
heidsmaatregel is ondergeteekende
gedupeerd. Ongt: is nooit * Inhoud: De schrijver, L.A. Reens, een bloemenkoopman uit de Dapperstraat in Amsterdam, richt een formeel verzoek tot de Commissaris-Generaal voor de Veiligheid. Hij voert aan dat hij een gezin met drie minderjarige kinderen te onderhouden heeft. Hij stelt dat hij "gedupeerd" is door een recent genomen "veiligheidsmaatregel" die zijn werkzaamheden op de markt belemmert. De brief breekt onderaan de pagina af, maar lijkt te vervolgen met een verklaring van goed gedrag ("is nooit...").
* Toon: Uiterst beleefd en formeel, zoals gebruikelijk bij verzoekschriften aan autoriteiten in die tijd.
* Persoon: Levie Abraham Reens (geboren 6 oktober 1902) was een Joodse Amsterdammer. De "veiligheidsmaatregel" waar hij naar verwijst, betreft zeer waarschijnlijk de verordeningen die Joodse marktkooplieden verboden hun beroep nog langer uit te oefenen op openbare markten. Dit document stamt uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in hoog tempo opgevoerd. De Commissaris-Generaal voor de Veiligheid, Hanns Albin Rauter, was de hoogste SS- en politieautoriteit in Nederland en verantwoordelijk voor de uitvoering van deze maatregelen.

De Dapperbuurt, waar Reens woonde en werkte, was een wijk met een aanzienlijke Joodse populatie. De brief illustreert de wanhopige pogingen van Joodse burgers om via officiële weg hun bron van inkomsten te behouden en hun gezin te beschermen tegen de economische uitsluiting door de bezetter. Het eufemisme "veiligheidsmaatregel" werd door de bezetter vaak gebruikt om discriminerende en repressieve acties te legitimeren. De rode paraaf en het stempel wijzen op de administratieve verwerking door het apparaat van de Höhere SS- und Polizeiführer. A. Reens L.A. Reens

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, L.A. Reens, een bloemenkoopman uit de Dapperstraat in Amsterdam, richt een formeel verzoek tot de Commissaris-Generaal voor de Veiligheid. Hij voert aan dat hij een gezin met drie minderjarige kinderen te onderhouden heeft. Hij stelt dat hij "gedupeerd" is door een recent genomen "veiligheidsmaatregel" die zijn werkzaamheden op de markt belemmert. De brief breekt onderaan de pagina af, maar lijkt te vervolgen met een verklaring van goed gedrag ("is nooit...").
  • Toon: Uiterst beleefd en formeel, zoals gebruikelijk bij verzoekschriften aan autoriteiten in die tijd.
  • Persoon: Levie Abraham Reens (geboren 6 oktober 1902) was een Joodse Amsterdammer. De "veiligheidsmaatregel" waar hij naar verwijst, betreft zeer waarschijnlijk de verordeningen die Joodse marktkooplieden verboden hun beroep nog langer uit te oefenen op openbare markten.

Historische Context

Dit document stamt uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in hoog tempo opgevoerd. De Commissaris-Generaal voor de Veiligheid, Hanns Albin Rauter, was de hoogste SS- en politieautoriteit in Nederland en verantwoordelijk voor de uitvoering van deze maatregelen.

De Dapperbuurt, waar Reens woonde en werkte, was een wijk met een aanzienlijke Joodse populatie. De brief illustreert de wanhopige pogingen van Joodse burgers om via officiële weg hun bron van inkomsten te behouden en hun gezin te beschermen tegen de economische uitsluiting door de bezetter. Het eufemisme "veiligheidsmaatregel" werd door de bezetter vaak gebruikt om discriminerende en repressieve acties te legitimeren. De rode paraaf en het stempel wijzen op de administratieve verwerking door het apparaat van de Höhere SS- und Polizeiführer.

Genoemde Personen 2

Locaties

Dappermarkt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peer Kruidenier (Droog): Bloem Kruidenier (Droog): Meel Tuin & Plant: Bloemen Tuin & Plant: Planten Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6