Archiefdocument
Origineel
22 maart 1941 (geschreven als "22 III"). Mevr. H. Sam-Cosman. Een onbekende "Weledele Heer", waarschijnlijk een ambtenaar van de afdeling Marktwezen in Amsterdam. $N^o 26/34/1$ $M. 1941 \frac{20}{10}$
Weledele Heer
Naar Aanleiding van uw schry-
ven 16 October moet ik u tot mijn
spijt meedelen alsdat mijn man
den heer G. Sam in Duitsland
is Overleden en ik zelf kan geen
gebruik maken van de plaats
daar ik er de handel momenteel
niet voor heb. Verblijf ik
Hoogachtend
Mev H Sam Cosman
Joden Breestr.
22 III
A'dam
G. Sam pl. 20 Dapperstraat.
pl. 73 Westerstraat. Het document is een handgeschreven brief waarin een weduwe officieel afstand doet van de marktvergunningen van haar overleden echtgenoot. De brief is kort en zakelijk, maar bevat een zware emotionele en historische lading. Mevrouw Sam-Cosman geeft aan dat zij de marktplaatsen op de Dappermarkt (plaats 20) en de Westermarkt (plaats 73) niet kan overnemen omdat zij op dat moment niet over de benodigde handelswaar beschikt.
Opvallend is de vermelding dat haar man "in Duitsland is overleden". Gezien de datum (maart 1941) en de woonplaats (Jodenbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt), is dit een directe verwijzing naar de vroege gevolgen van de nazi-bezetting. De brief illustreert hoe nabestaanden, te midden van hun rouw, gedwongen werden om praktische en bureaucratische zaken te regelen, terwijl hun economische basis (de marktplaatsen) wegviel. De historische context van deze brief is de beginfase van de Jodenvervolging in bezet Nederland. De genoemde Gerrit Sam (geboren op 16 april 1898) was een Joodse koopman. Hij werd in februari 1941 opgepakt, vermoedelijk tijdens de grote razzia's in Amsterdam die leidden tot de Februaristaking.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Gerrit Sam op 11 maart 1941 is omgekomen in het concentratiekamp Buchenwald. Deze brief is geschreven op 22 maart 1941, slechts elf dagen na zijn overlijden. Het bericht van zijn dood was de familie dus al zeer snel ter ore gekomen, waarna mevrouw Sam direct de marktmeester moest informeren over het vrijkomen van de standplaatsen. De brief vormt hiermee een pijnlijk bewijsstuk van de snelheid waarmee levens en gezinnen in Amsterdam in 1941 werden verwoest.