Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 523
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

5 november 1941 Van: J. Veldhuis Aan: Een inspecteur (aangeduid als "Wel. Insp.", waarschijnlijk een politie-inspecteur of gemeenteambtenaar)

Origineel

5 november 1941 J. Veldhuis Een inspecteur (aangeduid als "Wel. Insp.", waarschijnlijk een politie-inspecteur of gemeenteambtenaar) A-dam 5/11 '41 - wel. Insp.

Aangaande Uw schrijven van 3/11 '41
deel ik Uw mede, dat ik geen Jood ben,
dus niet voor een der maatr. in
aanmerking wensch te komen, dus
blijf wonen op de Oosterparkstr
A.dam

[Handtekening]
J Veldhuis
1e Oosterparkstr 21
A.dam (O) De brief is een direct antwoord op een schrijven van de autoriteiten van twee dagen eerder. De auteur, J. Veldhuis, verklaart expliciet "geen Jood" te zijn. Dit is een reactie op de bureaucratische druk van de Duitse bezetter om de bevolking te categoriseren op basis van afkomst.

De afkorting "maatr." staat voor maatregelen. De schrijver probeert door middel van deze verklaring te voorkomen dat hij onderworpen wordt aan de anti-Joodse verordeningen (zoals deportatie, verhuizing naar getto's of verlies van bezit). De opmerking "blijf wonen op de Oosterparkstr" suggereert dat er een dreiging was van gedwongen verhuizing of dat zijn status als bewoner van die wijk in twijfel werd getrokken. De toon is zakelijk en defensief, typerend voor burgers die in die tijd probeerden te overleven door aan te tonen dat de restrictieve wetgeving niet op hen van toepassing was. In november 1941 was de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving door de Duitse bezetter in volle gang. Eerder dat jaar was de registratie van alle personen van geheel of gedeeltelijk Joodse bloede verplicht gesteld (Verordening 6/41). Ambtenaren en burgers moesten "Ariërverklaringen" tekenen om hun positie of woning te behouden.

De 1e Oosterparkstraat ligt in Amsterdam-Oost, een stadsdeel dat destijds een grote Joodse populatie kende. Hierdoor werden bewoners van deze buurt vaker gecontroleerd of aangeschreven door instanties. Dit document is een tastbaar overblijfsel van de wijze waarop de Holocaust zich in het dagelijks leven manifesteerde via administratieve weg: een simpele brief kon in deze periode het verschil betekenen tussen vrijheid en vervolging.

Samenvatting

De brief is een direct antwoord op een schrijven van de autoriteiten van twee dagen eerder. De auteur, J. Veldhuis, verklaart expliciet "geen Jood" te zijn. Dit is een reactie op de bureaucratische druk van de Duitse bezetter om de bevolking te categoriseren op basis van afkomst.

De afkorting "maatr." staat voor maatregelen. De schrijver probeert door middel van deze verklaring te voorkomen dat hij onderworpen wordt aan de anti-Joodse verordeningen (zoals deportatie, verhuizing naar getto's of verlies van bezit). De opmerking "blijf wonen op de Oosterparkstr" suggereert dat er een dreiging was van gedwongen verhuizing of dat zijn status als bewoner van die wijk in twijfel werd getrokken. De toon is zakelijk en defensief, typerend voor burgers die in die tijd probeerden te overleven door aan te tonen dat de restrictieve wetgeving niet op hen van toepassing was.

Historische Context

In november 1941 was de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving door de Duitse bezetter in volle gang. Eerder dat jaar was de registratie van alle personen van geheel of gedeeltelijk Joodse bloede verplicht gesteld (Verordening 6/41). Ambtenaren en burgers moesten "Ariërverklaringen" tekenen om hun positie of woning te behouden.

De 1e Oosterparkstraat ligt in Amsterdam-Oost, een stadsdeel dat destijds een grote Joodse populatie kende. Hierdoor werden bewoners van deze buurt vaker gecontroleerd of aangeschreven door instanties. Dit document is een tastbaar overblijfsel van de wijze waarop de Holocaust zich in het dagelijks leven manifesteerde via administratieve weg: een simpele brief kon in deze periode het verschil betekenen tussen vrijheid en vervolging.

Gerelateerde Documenten 6