Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie). 6 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst). [Handgeschreven:] Pr. Müller
VP/HG.
20/21/5 M.
6 October 1939.
Contrôle op losse-marktkoop-
lieden in verband met retri-
butie Warenwet.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw missive d.d. 25 Augustus jl.
(No.108/29 L.M.1939) heb ik de eer U te berichten, dat ik
nog eens ernstig deed nagaan in hoeverre een regeling kan
worden getroffen, waardoor de opgave van losse plaatshouders,
die een retributie ingevolge de Warenwet moeten betalen,
minder afhankelijk wordt van de individueele opvattingen der
marktopzichters. De beste oplossing lijkt mij, dat vanwege
Uw afdeeling, of vanwege den Keuringsdienst van Waren, aan
alle kooplieden, die de retributie hebben betaald, een bewijs
wordt verstrekt, dat zij steeds bij zich moeten dragen. Aan
het marktpersoneel kan dan dezerzijds worden opgedragen, om
steeds, wanneer zij een losse plaats uitgeven voor den ver-
koop van artikelen, waarvoor de retributie verschuldigd is,
het bovenbedoelde bewijs, dat de retributie is voldaan, ter
inzage te vragen. Wanneer het bedoelde bewijs niet kan worden
getoond, moet de marktambtenaar dat rapporteeren en wordt
hiervan aan Uw afdeeling mededeeling gedaan. Desgewenscht
kan de hierbedoelde contrôle van tijd tot tijd ook op vaste-
plaatshouders worden uitgeoefend.
Ik zal gaarne vernemen, of het vorenbeschreven stel-
sel naar Uw meening voor verwezenlijking vatbaar is.
De Directeur, * Kernboodschap: De directeur stelt voor om een fysiek bewijs van betaling in te voeren voor de Warenwet-retributie. Dit moet voorkomen dat de controle op betaling te veel afhangt van de persoonlijke inschatting van individuele marktopzichters.
* Procedure: Het voorstel houdt in dat de afdeling van de wethouder of de Keuringsdienst van Waren bewijzen verstrekt. Marktmeesters controleren dit bewijs bij het toewijzen van een standplaats aan "losse" (niet-vaste) kooplieden. Bij ontbreken volgt een rapportage.
* Toon: Formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "voor verwezenlijking vatbaar").
* Terminologie: "Retributie" verwijst naar een vergoeding voor een verleende dienst of wettelijke verplichting; "losse plaatshouders" zijn handelaren zonder vaste standplaats op de markt. Dit document stamt uit oktober 1939, een periode waarin de Nederlandse bureaucratie trachtte processen te standaardiseren en te objectiveren. Hoewel de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al was uitgebroken, draaide de civiele administratie in het neutrale Nederland nog op volle toeren. De brief illustreert de wisselwerking tussen de uitvoerende dienst (de Directeur) en het politieke bestuur (de Wethouder). Het streven naar het verminderen van de afhankelijkheid van "individueele opvattingen" van ambtenaren in het veld is een klassiek voorbeeld van moderniserende bureaucratisering: regels moeten voor iedereen gelijk en controleerbaar zijn. De retributie op basis van de Warenwet was essentieel voor de financiering van de kwaliteitscontrole op voedsel en andere goederen die op de markt werden aangeboden.