Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 21 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke markt- of keuringsdienst). vP/HG.
20/21/5 M.
n diverse 21 November 1939.
Contrôle op losse marktkoop-
lieden in verband met retri-
butie Warenwet. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d.
2 dezer om advies ontvangen stukken no.108/29 L.M.1939 heb
ik de eer U te berichten, dat dezerzijds lijsten zijn inge-
steld, waarop het op de markten dienstdoende personeel
nauwkeurig de namen moet vermelden van losse kooplieden,
die voor betaling van het keuringsrecht in aanmerking komen.
Bij elke aanvulling, die op deze lijsten wordt aangeteekend,
moeten zij ten hoofdkantore van mijn dienst worden inge-
leverd, waarop dezerzijds voor mededeeling aan Uw afdeeling
zal worden zorg gedragen. Ik vertrouw, dat hierdoor een
bevredigende regeling is verkregen.
De Directeur, De brief betreft een administratieve afwikkeling tussen een gemeentelijke dienst en de verantwoordelijke wethouder voor Levensmiddelen. Het onderwerp is de controle op "losse marktkooplieden" (kooplieden zonder vaste standplaats) in relatie tot de afdracht van retributies (vergoedingen) op basis van de Warenwet.
De kern van de nieuwe procedure is dat marktpersoneel voortaan lijsten bijhoudt van deze kooplieden die keuringsrecht moeten betalen. Zodra deze lijsten worden aangevuld, gaan ze naar het hoofdkantoor van de dienst, die op haar beurt de afdeling van de wethouder informeert. De directeur spreekt hiermee de verwachting uit dat de inning en controle hiermee afdoende geregeld zijn. De brief is geschreven in november 1939, een periode van mobilisatie in Nederland vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De handhaving van de Warenwet was essentieel voor de volksgezondheid en eerlijke handel, zeker in tijden van dreigende schaarste waarbij markttoezicht verscherpt werd. De term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in dezelfde gemeente bevinden (waarschijnlijk een grote stad als Amsterdam of Rotterdam, gezien de formele structuur van de "Wethouder voor de Levensmiddelen"). De verwijzing naar "keuringsrecht" duidt op de kosten die kooplieden moesten betalen voor de keuring van hun waren door de overheid.