Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 10
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/rapport.

5 december 1939. Van: Waarschijnlijk een ambtenaar van de sector Markten/Economische Zaken (gezien de initialen en het onderwerp). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Getypte ambtelijke brief/rapport. 5 december 1939. Waarschijnlijk een ambtenaar van de sector Markten/Economische Zaken (gezien de initialen en het onderwerp). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Linksboven:]
vdL/HG.

[Links onder kenmerk:]
20/2345 M.

[Rechtsboven handgeschreven:]
Mr. M. de Kan.

[Titel links:]
Plaatsen voor buitenlanders
op de markten.

[Midden handgeschreven:]
extra.

[Rechts:]
5 December 1939.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In mijn rapport d.d. 10 Juli 1939, No.20/23/2 M. stelde ik U voor mij te machtigen, het verzoek van Mercurius,- om een aantal buitenlanders, die reeds verscheidene jaren hier ter stede een losse marktplaats bezetten, in de gelegenheid te stellen voor een vaste plaats in aanmerking te komen,- te doen behandelen in de Commissie van Advies voor de Markten. Alvorens mij deze machtiging te verstrekken, achtte U het gewenscht eerst de noodige gegevens omtrent den omvang en beteekenis van dit vraagstuk te verzamelen. Dit is thans geschied: op bijgaanden staat vindt U de namen en gegevens van 33 buitenlanders, die regelmatig plaatsen op de Amsterdamsche markten innemen, vermeld (andere buitenlanders zijn momenteel op de markten niet bekend).

Uit dezen staat blijkt, dat:

1e. al deze personen reeds drie jaar of (veel) langer in Nederland gevestigd zijn en dat vijf hunner met Nederlandsche vrouwen zijn getrouwd ;

2e. al deze personen reeds bijkans 3 jaar of (veel) langer bekende marktkooplieden zijn, met uitzondering van No.27, A. Agartz, die ofschoon reeds 20 jaar in Nederland verblijvende en gehuwd met een Nederlandsche vrouw, eerst sedert 1939 een losse plaats bezet op de weekmarkt Mosplein (op Agartz heeft betrekking mijn rapport d.d. 7 September 1939, No.90/43/2 M.). * Inhoud: De brief is een vervolg op een eerder verzoek om buitenlandse marktkooplieden, die al langere tijd met een 'losse' (tijdelijke) vergunning op Amsterdamse markten staan, in aanmerking te laten komen voor een 'vaste' plaats.
* Cijfers: Er zijn 33 specifieke gevallen onderzocht. De criteria voor een positief advies lijken de duur van het verblijf in Nederland (minimaal 3 jaar), de duur van hun werkzaamheden op de markt, en hun sociale binding (huwelijk met een Nederlandse vrouw).
* Casus Agartz: Een specifieke uitzondering wordt gemaakt voor een zekere heer A. Agartz op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord). Ondanks zijn korte staat van dienst op die specifieke markt, wordt hij vanwege zijn 20-jarige verblijf in Nederland en zijn huwelijk als een geloofwaardige kandidaat gezien.
* Betrokken instanties: De vereniging 'Mercurius' (waarschijnlijk de Handelsreizigersvereniging Mercurius die ook marktbelangen behartigde) heeft het verzoek ingediend. De beslissing ligt bij de Wethouder voor de Levensmiddelen, na advies van de Commissie van Advies voor de Markten. Dit document is gedateerd op 5 december 1939, tijdens de periode van de Nederlandse mobilisatie en de "Schemeroorlog", slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Het werpt licht op het Amsterdamse marktbeleid ten aanzien van vreemdelingen in een tijd van toenemende internationale spanningen en bureaucratische regulering.

De handgeschreven naam "Mr. M. de Kan" verwijst naar Mr. Monne de Miranda (hoewel de spelling hier 'de Kan' lijkt, werd De Miranda vaak met zijn initialen M. de M. of vergelijkbaar aangeduid, maar het zou ook kunnen verwijzen naar een secretaris of afdelingshoofd). Gezien de context van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (deze post werd destijds bekleed door de bekende SDAP-wethouder Monne de Miranda), is dit een document uit het hart van de Amsterdamse gemeentelijke administratie van vlak voor de bezetting. Het illustreert hoe de overheid nauwgezet de status van "buitenlanders" in de lokale economie monitorde.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een vervolg op een eerder verzoek om buitenlandse marktkooplieden, die al langere tijd met een 'losse' (tijdelijke) vergunning op Amsterdamse markten staan, in aanmerking te laten komen voor een 'vaste' plaats.
  • Cijfers: Er zijn 33 specifieke gevallen onderzocht. De criteria voor een positief advies lijken de duur van het verblijf in Nederland (minimaal 3 jaar), de duur van hun werkzaamheden op de markt, en hun sociale binding (huwelijk met een Nederlandse vrouw).
  • Casus Agartz: Een specifieke uitzondering wordt gemaakt voor een zekere heer A. Agartz op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord). Ondanks zijn korte staat van dienst op die specifieke markt, wordt hij vanwege zijn 20-jarige verblijf in Nederland en zijn huwelijk als een geloofwaardige kandidaat gezien.
  • Betrokken instanties: De vereniging 'Mercurius' (waarschijnlijk de Handelsreizigersvereniging Mercurius die ook marktbelangen behartigde) heeft het verzoek ingediend. De beslissing ligt bij de Wethouder voor de Levensmiddelen, na advies van de Commissie van Advies voor de Markten.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 5 december 1939, tijdens de periode van de Nederlandse mobilisatie en de "Schemeroorlog", slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Het werpt licht op het Amsterdamse marktbeleid ten aanzien van vreemdelingen in een tijd van toenemende internationale spanningen en bureaucratische regulering.

De handgeschreven naam "Mr. M. de Kan" verwijst naar Mr. Monne de Miranda (hoewel de spelling hier 'de Kan' lijkt, werd De Miranda vaak met zijn initialen M. de M. of vergelijkbaar aangeduid, maar het zou ook kunnen verwijzen naar een secretaris of afdelingshoofd). Gezien de context van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (deze post werd destijds bekleed door de bekende SDAP-wethouder Monne de Miranda), is dit een document uit het hart van de Amsterdamse gemeentelijke administratie van vlak voor de bezetting. Het illustreert hoe de overheid nauwgezet de status van "buitenlanders" in de lokale economie monitorde.

Kooplieden in dit dossier 19

C. van Keizerswaard Uilenburg Duitsche.
A. Cuypstr Waterlooplein 151 + 53 = 204 = 200
Jacob Blitz Uilenburg Duitsche.
J. Evertsenstr Waterlooplein 30 + 40 = 70
O. Stopper Uilenburg Duitsche.
L. Baudoux Waterlooplein 75 + 94 = 169 (160)
O. Lang Uilenburg Duitsch. vaste plaats Amstelveld
Stephan Manasse Uilenburg Duitsch. vaste plaats Nieuwmarkt
T. Katestraat Waterlooplein 104 + 27 = 131 = 130
X 23. Rabinowitz.Isidoor Uilenburg
X 24. Grass.J Nieuwmarkt
Bernhard Jalowitz Nieuwmarkt
X 27. Agartz.A Uilenburg
C. Blitzblum Nieuwmarkt
O. Lang Uilenburg Was ook van 1922 t/m 1929 onafgebroken in Ned. werkzaam als marktkoopm.
X 30. Tofani.Atillio Nieuwmarkt
X 31. Bierbrouwer.A. Nieuwmarkt
Adolf Frankenstein Uilenburg
X 33. Albaukerk.Mison Nieuwmarkt

Gerelateerde Documenten 6