Ambtelijk schrijven / Rapportage
Origineel
Ambtelijk schrijven / Rapportage 5 december (waarschijnlijk 1939, gezien de referentie naar een besluit uit februari 1939) 1 5 December 9
20/23/5 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
3e. negen dezer personen ten tijde van het in werking treden op 19 October 1934 van artikel 5 lid 1 van het Reglement op de Markten reeds vaste plaatsen bezetten op een of meer markten (met a) gemerkt). Deze vaste plaatsen hebben zij behouden; op grond van de nieuwe bepaling konden zij echter niet voor nieuwe vaste plaatsen, op andere markten, in aanmerking komen en werd zelfs van twee hunner (No's 5 en 6) op 19 October 1934 de inschrijving op de sollicitantenlijst – om voor vaste plaatsen in aanmerking te komen – doorgehaald.
4e. twaalf dezer personen vóór 19 October 1934 reeds losse plaatsen bezetten op verschillende markten, waarbij in enkele gevallen de weekmarkten Amstelveld en Noordermarkt, waar nog steeds geen vaste plaatsen zijn uitgegeven.
Terwijl in totaal dus 21 van de 33 buitenlanders vóór 19 October 1934 reeds vaste of losse plaatsen op de markten bezetten, staan de overige 12, met uitzondering van Agartz, reeds 3 jaar of langer op losse plaatsen.
De geheele groep van 33 buitenlanders behoort dus practisch gesproken tot de vaste marktbezetting. De bestaande voorschriften van het Reglement op de Markten bieden de mogelijkheid niet, om ten deze voor buitenlanders iets te doen. Wel kan voor de geheele groep of voor een aantal hunner een afzonderlijk Besluit van Burgemeester en Wethouders worden genomen, krachtens hetwelk zij voor vaste marktplaatsen in aanmerking mogen komen, met handhaving overigens van de geldende Reglements-bepalingen. Voor een dergelijken maatregel bestaat mijns inziens wel aanleiding, op grond van de volgende overwegingen:
1e. zij behooren allen, met uitzondering van Agartz reeds sedert jaren, tot de geregelde marktkooplieden;
2e. Agartz is reeds 20 jaren in Nederland gevestigd en is gehuwd met een Nederlandsche vrouw;
3e. in een soortgelijk geval als van Agartz, namelijk dat van de gebroeders Stoller, waarop betrekking heeft het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 23 Februari 1939, No.23/27 L.M.1938, is reeds door Burgemeester en Wethouders van het geldende voorschrift afgeweken. Het document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen betreffende een groep van 33 buitenlandse marktkooplieden. De kern van de kwestie is dat een reglementswijziging uit oktober 1934 het voor buitenlanders onmogelijk maakte om aanspraak te maken op nieuwe vaste marktplaatsen.
De schrijver zet uiteen dat de meerderheid van deze groep al jarenlang op de markten staat (sommigen op vaste, anderen op losse plekken) en daardoor feitelijk tot de vaste marktbezetting behoort. Er wordt geadviseerd om een uitzondering te maken via een speciaal Besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W). Hierbij wordt specifiek de casus van een zekere Agartz aangehaald, die wegens zijn langdurige verblijf en huwelijk met een Nederlandse vrouw als kansrijk voor een uitzondering wordt gezien, met een verwijzing naar de precedentwerking van een eerder besluit over de "gebroeders Stoller". Dit document stamt uit de late jaren '30 (vermoedelijk december 1939), een periode waarin de economische regulering en de rechtspositie van buitenlanders in Nederland onder grote druk stonden. Sinds de crisis van de jaren '30 was er een tendens om de eigen beroepsbevolking te beschermen tegen buitenlandse concurrentie, wat in 1934 leidde tot strengere marktreglementen.
Opvallend is de vermelding van "buitenlanders" in deze context. In deze periode bevonden zich veel (Joodse) vluchtelingen uit Duitsland en Oost-Europa in Amsterdam die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien via de handel. De ambtelijke molen zocht hier naar een balans tussen de strikte letter van het reglement en de menselijke maat van kooplieden die al decennia in de stad geworteld waren. De genoemde locaties (Amstelveld, Noordermarkt) zijn nog steeds iconische marktplaatsen in Amsterdam.