Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. Buitenlanders die volgens Directeur
voor een tegemoetkomende houding
in aanmerking zouden kunnen
komen.
Zie aantekeningen Directeur
onder 5 (a + b) a. 9 - b. 12
a) Reeds vaste plaatshouders: - 9.
b) { (Reeds eerder vaste plaatsen
ingenomen, thans ~~komen~~ enkel
losse plaatsen: ——————————— 3.
Voor 19 Oct ’34 op Amstelveld
en of op geen andere markten
vaste plaatsen ——————————— 2
Idem op Noordermarkt —————— 2
Idem op andere markten ————— 5
————
Totaal 21. * Inhoud: Het document betreft een kwantitatief overzicht van 'buitenlanders' (waarschijnlijk vluchtelingen of migranten) die op de Amsterdamse markten werkzaam zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen degenen die al een vaste standplaats hebben (groep a) en degenen die momenteel op losse plaatsen staan maar op basis van hun historie (vóór oktober 1934) mogelijk recht hebben op een meer permanente status (groep b).
* Terminologie: De term "tegemoetkomende houding" wijst op een discretionaire bevoegdheid van de Directeur van het Marktwezen om af te wijken van strikte regels, mogelijk vanwege de precaire situatie van de betrokkenen.
* Markten: Specifieke vermelding van het Amstelveld en de Noordermarkt, bekende locaties voor de handel in textiel en tweedehands goederen, sectoren waarin veel buitenlandse nieuwkomers indertijd actief waren.
* Rekensom: Het totaal van 21 personen is opgebouwd uit 9 vaste plaatshouders en 12 personen in de diverse subcategorieën van groep b (3+2+2+5). Dit document moet worden gezien tegen de achtergrond van de economische crisis in de jaren '30 en de toenemende stroom vluchtelingen (met name Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland) naar Amsterdam. Om de eigen beroepsbevolking te beschermen, hanteerde de overheid strikte contingenten en beperkingen voor buitenlanders op de markt.
De datum 19 oktober 1934 is cruciaal; waarschijnlijk markeert dit een beleidswijziging of peildatum waarbij werd vastgesteld wie er 'gevestigd' was. De 'Directeur' waarnaar verwezen wordt, is zeer waarschijnlijk de directeur van de Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De notitie toont de bureaucratische afhandeling van verblijfs- en werkstatus op lokaal niveau.