Ambtsbrief / Geleidebrief
Origineel
Ambtsbrief / Geleidebrief 7 januari 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst) [Handgeschreven annotatie rechtsboven:]
W. Rijller [?]
(9
HG.
[Getypte tekst:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/1/3 M. 4 7 Januari 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
1 contract in duplo betreffende de pakhuisafdeeling no.H 17 van de
hal op de Centrale Markt;
1 contract in duplo betreffende de voor kantoor bestemde ruimte no.
H 91 van de hal op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
deze contracten door den heer Burgemeester worden geteekend. Daarna
gelieve U ze mij te doen terugzenden, teneinde voor registratie te
kunnen zorgdragen.
De Directeur, Deze brief dient als geleideformulier voor twee specifieke huur- of gebruikscontracten betreffende ruimtes in de Centrale Markthal (Amsterdam). Het betreft:
- Pakhuisafdeling H 17: Een opslagruimte.
- Ruimte H 91: Bestemd als kantoorruimte.
De directeur verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om de tussenkomst van de Burgemeester voor de officiële ondertekening. Na ondertekening moeten de documenten terug naar de directeur voor administratieve afhandeling (registratie). Het taalgebruik is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De datum, 7 januari 1941, plaatst dit document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de toenemende voedselschaarste en de invoering van het distributiestelsel.
De "Centrale Markt" verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 waren geopend. Dit complex was het kloppende hart van de voedseldistributie voor de stad. De bureaucratische continuïteit is opvallend: ondanks de oorlogsomstandigheden werd de verhuur van ruimtes binnen de markthallen via de reguliere weg van wethouder en burgemeester afgehandeld.
Opmerkelijk is dat in 1941 de Amsterdamse burgemeester nog steeds een rol had in het tekenen van dergelijke contracten, kort voordat de Duitse bezetter de gemeenteraad en wethouders buiten spel zou zetten (mei 1941) en de bestuursstructuur ingrijpend zou veranderen. W. Rijller