Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 141
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie.

22 februari 1941. Van: Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). Aan: De firma H. Piller en Zn., Centrale Markt A 2, Amsterdam-West. Dossier: 37/3/13

Origineel

Officiële brief/correspondentie. 22 februari 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). De firma H. Piller en Zn., Centrale Markt A 2, Amsterdam-West. Verzonden 22/2-'41.

DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.

No. 37/3/13 M.

Amsterdam-West, 22 Februari 1941.
Jan van Galenstraat 14.

Aan de Fa. H. Piller en Zn.,
Centrale Markt A 2,
Amsterdam-West.

In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.

Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.

Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.

De Directeur, Deze zakelijke brief dient als begeleidend schrijven bij een officieel huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De toon is formeel en directief. De directeur van het Marktwezen benadrukt twee specifieke punten uit de huurovereenkomst:
1. Onderhoud: Kleine herstellingen (zoals aan rolluiken en ruiten) komen volgens het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de huurder.
2. Reclame: Het is de huurder streng verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming reclameborden of andere aanduidingen op het pand aan te brengen.

Het document is representatief voor de administratieve gang van zaken rondom de marktveilingen en de verhuur van opslagruimte in die tijd. De datum van de brief, 22 februari 1941, is historisch zeer beladen. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Slechts enkele dagen na het verzenden van deze brief, op 25 en 26 februari 1941, vond in Amsterdam de Februaristaking plaats als protest tegen de Jodenvervolging.

De geadresseerde, de firma H. Piller en Zn., was een Joodse firma in de fruithandel. In deze periode werden Joodse ondernemers steeds meer beperkt in hun vrijheden en werden hun bedrijven vaak onder toezicht gesteld van een 'Verwalter' (bewindvoerder) of simpelweg geconfisqueerd. Een dergelijke administratieve brief lijkt routineus, maar tegen de achtergrond van de anti-Joodse maatregelen die in 1941 in alle hevigheid toenamen, krijgt de relatie tussen een gemeentelijke instantie en een Joodse firma een tragische bijbetekenis. De Centrale Markt was in die jaren een cruciale plek voor de voedselvoorziening van de stad. H. Piller M. Marktwezen

Samenvatting

Deze zakelijke brief dient als begeleidend schrijven bij een officieel huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De toon is formeel en directief. De directeur van het Marktwezen benadrukt twee specifieke punten uit de huurovereenkomst:
1. Onderhoud: Kleine herstellingen (zoals aan rolluiken en ruiten) komen volgens het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de huurder.
2. Reclame: Het is de huurder streng verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming reclameborden of andere aanduidingen op het pand aan te brengen.

Het document is representatief voor de administratieve gang van zaken rondom de marktveilingen en de verhuur van opslagruimte in die tijd.

Historische Context

De datum van de brief, 22 februari 1941, is historisch zeer beladen. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Slechts enkele dagen na het verzenden van deze brief, op 25 en 26 februari 1941, vond in Amsterdam de Februaristaking plaats als protest tegen de Jodenvervolging.

De geadresseerde, de firma H. Piller en Zn., was een Joodse firma in de fruithandel. In deze periode werden Joodse ondernemers steeds meer beperkt in hun vrijheden en werden hun bedrijven vaak onder toezicht gesteld van een 'Verwalter' (bewindvoerder) of simpelweg geconfisqueerd. Een dergelijke administratieve brief lijkt routineus, maar tegen de achtergrond van de anti-Joodse maatregelen die in 1941 in alle hevigheid toenamen, krijgt de relatie tussen een gemeentelijke instantie en een Joodse firma een tragische bijbetekenis. De Centrale Markt was in die jaren een cruciale plek voor de voedselvoorziening van de stad.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 5

P.J. de Meer ja 20/7 '40 f 59.-
J.A. Burgers ja per 26/11 40 f 57=
J. Brockhoff ja geen schuld
N.A. Steenvoorden ja f 90.-

Gerelateerde Documenten 6