Archiefdocument
Origineel
Juli 1939 (De onderstaande tekst volgt de spelling en interpunctie van het origineel zo nauwkeurig mogelijk.)
Van Marktverordeningen en Kooplieden-Buitenlanders
Ten behoeve van de centrale markt geldt een verordening dat geen toegang kan worden verleend anders dan op het betalingsbewijs. Een zeer begrijpelijke bepaling, waartegen wij vanzelfsprekend niets hebben te opponeren.
Anders is het geval evenwel wanneer de koopman voor zijn toegang tot de centrale markt per jaar ineens de som van f 10.— stortte en het ongeluk heeft dit betalingsbewijs te verliezen. In zulk een geval laten de bepalingen niet toe dat tegen een geringe vergoeding een duplicaat kan worden verstrekt. Een gehele nieuwe betaling over de alle nog niet verstreken maanden van het jaar wordt dan opnieuw gevorderd.
[...]
Ook een grote uitbreiding van het aantal standwerkers in deze periode, voor wie aan de grensplaatsen weinig plaats beschikbaar was, bracht veel wrevel tegen hun collega's uit Duitsland en België die, zoals reeds gezegd in de grensplaatsen als koopman op de markt kwamen.
Het was reeds in 1930 dat ik in „De Koopman” van 15 September 1930 stelling nam tegen de opzet, om vreemdelingen van onze markten te weren. Ik schreef toen het volgende:
De vreemdeling op de markt.
„In ons land is het aantal te klein om daar zo’n boom over op te zetten. Het zou bij ons neerkomen om een aantal Poolse joden en Chinezen de toegang op onze markten te bemoeilijken.
Onder marktkooplieden zijn veel Israëlieten. Gelooft men, dat het een mooie daad zou zijn, om rasgenoten, welke steeds van huis en hof zijn verdreven om der geloofswille, hier ook nog te gaan verdrijven? [...]”
De gebeurtenissen daarna in het buitenland en vooral de ernstige gevolgen van de vervolgingen om politieke-, geloofs- of rasmotieven hebben wel het aantal buitenlanders, daarna hier te lande nog doen toenemen, echter de beoordeling van deze toename wordt veel milder thans opgevat in de eerste plaats, omdat ons land steeds is geweest en wil blijven een land waar deze vrijheden, vrijheid van vestiging is toegestaan, al moest door het gebeuren in het buitenland een noodzakelijke beperking worden opgelegd...
--- Dit document is het officiële orgaan van de Kooplieden- en Marktkramersbond „Mercurius”. De focus van dit specifieke nummer ligt op twee punten: administratieve starheid van marktverordeningen (met name het verlies van toegangsbewijzen) en de positie van buitenlandse kooplieden op de Nederlandse markten.
Belangrijkste punten uit de tekst:
1. Bureaucratie: De bond bekritiseert het feit dat kooplieden die hun jaarlijkse bijdrage van 10 gulden hebben betaald maar hun bewijs verliezen, het volledige bedrag opnieuw moeten betalen zonder mogelijkheid tot een duplicaat.
2. Vluchtelingen en Tolerantie: De auteur (M.E. Neeter Jr.) refereert aan een artikel uit 1930 waarin hij waarschuwde tegen uitsluiting van vreemdelingen. Hij noemt specifiek "Poolse joden en Chinezen". In 1939 erkent de tekst de toestroom van vluchtelingen vanwege "politieke-, geloofs- of rasmotieven" (duidend op nazi-Duitsland). Hoewel er economische beperkingen nodig zijn, pleit de bond voor een menselijke behandeling van deze "gedupeerde personen".
3. Naturalisatie: Er wordt melding gemaakt van de hoge kosten voor naturalisatie (f 250 gulden), wat voor veel kleine zelfstandigen een onoverkomelijke barrière vormt om als volwaardig Nederlands burger op de markt te staan.
--- Dit document stamt uit juli 1939, slechts twee maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De historische context is zeer beladen:
* Vluchtelingenstroom: Na de Kristallnacht (november 1938) en de annexatie van Tsjechoslowakije was er een grote stroom Joodse vluchtelingen naar Nederland. De tekst reflecteert de spanning tussen economisch protectionisme van Nederlandse marktkramers en de humanitaire plicht tegenover vluchtelingen ("rasgenoten").
* Economie: Nederland bevond zich nog steeds in de nasleep van de crisis van de jaren '30. De tekst vermeldt dat de werkloosheid met 50% is afgenomen, maar de economische druk op de markten bleef groot.
* Organisatie: De bond "Mercurius" was een belangrijke belangenbehartiger voor de kleine middenstand in Amsterdam en omstreken. De lijst met distributiesteden (onder de kop) laat zien dat de bond een nationaal bereik had.
* Redacteur: M.E. Neeter Jr. was een bekende figuur in de Joodse gemeenschap en de Amsterdamse marktwereld. Zijn pleidooi voor tolerantie in 1939 is, met de kennis van de gebeurtenissen die volgden, historisch zeer wrang. E. Neeter M.E. Neeter