Getypte ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag). 9 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven in blauw]: Inter
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/3/27 M. 6 9 Juni 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U 3 contracten in duplo te doen geworden ten name van de Amsterdamsche Vereeniging van Groot-handelaren in Aardappelen betreffende huur van de pakhuisafdee-lingen no.'s B 12, B 13 en P 8 op de Centrale Markt, voor den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939 no.97 L.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van deze con-tracten door den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam te wil-len bevorderen en mij ze daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, De brief betreft de administratieve afhandeling van huurcontracten voor opslagruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De "Amsterdamsche Vereeniging van Groot-handelaren in Aardappelen" huurt drie pakhuisafdelingen (B 12, B 13 en P 8). De brief verwijst naar een eerder besluit uit 1939, wat aangeeft dat de feitelijke toewijzing al voor de oorlog was besloten, maar dat de formalisering (het tekenen van de contracten) in 1941 plaatsvindt.
Opvallend is de terminologie: er wordt gevraagd om ondertekening door de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit duidt op de bestuurlijke verhoudingen tijdens de bezetting, waarbij de democratische controle was vervangen door een door de bezetter aangestelde commissaris. Dit document stamt uit juni 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening in Amsterdam een kritieke aangelegenheid. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) speelde een cruciale rol in de distributie van basisbehoeften zoals aardappelen.
De vermelding van de "Regeeringscommissaris" is historisch relevant. In maart 1941 werd de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de wethouders ontslagen door de Duitse bezetter (als reactie op de Februaristaking). Hoewel de brief nog geadresseerd is aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen", moest de uiteindelijke handtekening komen van de Regeringscommissaris (op dat moment Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld als burgemeester/regeringscommissaris). Dit document illustreert hoe de dagelijkse bureaucratie van de stad doorging onder de nieuwe autoritaire verhoudingen van het bezettingsbestuur.