Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 26 september 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). De heer L. van Smeerdijk, Centrale Markt B 12, Amsterdam-West. Verzonden 26/9-'41.
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam-West, 26 September 1941.
Jan van Galenstraat 14.
No. 37/3/40 M.
Aan
den Heer L. van Smeerdijk,
Centrale Markt B 12,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een huurder van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De kernpunten zijn:
1. Toezending contract: Het officieel geregistreerde huurcontract wordt als bijlage meegestuurd.
2. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op zijn wettelijke verplichting (volgens art. 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek) om zelf zorg te dragen voor kleine herstellingen zoals sloten en ruiten.
3. Reclamebeperking: Er wordt streng herinnerd aan de contractuele bepaling dat er geen reclameborden of aanduidingen geplaatst mogen worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur.
De toon is formeel, afstandelijk en bureaucratisch, typerend voor overheidscommunicatie uit die periode. De brief dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, was het kloppende hart van de voedseldistributie in Amsterdam.
De ontvanger, L. (Levi) van Smeerdijk, was een Joodse koopman in fruit en groenten. In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds stringenter. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, krijgt hij een tragische lading wanneer men de context van de Holocaust meeweegt. Veel Joodse ondernemers op de Centrale Markt werden in deze periode gedwongen hun bedrijf te staken of over te dragen aan 'Verwalters'. Volgens gegevens van het Joods Monument is de familie Van Smeerdijk later in de oorlog gedeporteerd; Levi van Smeerdijk zelf werd in 1943 vermoord in Sobibor. Dit document is daarmee een stille getuige van een 'normaal' zakelijk leven dat kort daarna door de bezetter bruut werd verwoest. L. van Smeerdijk M. Marktwezen