Handgeschreven verzoekschrift / reclamatie.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / reclamatie. 2 januari 1941. [Stempel/kenmerk linksboven]: No 37 / 2 / 1 M. 1941 6/T
[Rechtsboven]: 2 . 1 . 1941
[Potloodnotities rechtsboven]: M. Th Muller / Jh Brouse
Geachte Mijnheer
Met dezen wou ik graag aan U willen
vragen of het niet mogelijk is een tijdelijke
stop zetting van Marktgeld de gedurende
grote on mogelijkheid om op de markt te komen
dat de toestand ons daar heeft toe gebracht
wij willen eerst vrijstelling van Marktgeld
hebben sinds Mei dat ons tuinderij- onder
water gestaan heeft ten tweede dat wij door
de regering getroffen maat regeling niet naar
de markt kunnen komen en ten derde wegens
de onnorme gebrek aan benzine niet moge-
lijk om op de markt te komen zoodat wij geheel
gedupeerd binnen door de toestand gaarne ont-
vangen wij hier bericht over hoe de toestand
ons hier toe leiden zal . ook gaarne behouwen
wij onzen standplaatsen die [doorgehaald woord]
wij heden hebben en willen behouwen Deze reclamatie
is van ons allen N J Heenvonde . J. M. W. B Heenvonde
en J. H. A. M Heenvonde In afw. N J M Heenvonde
Emmaweg 349B
Kortenhoef
[Potloodnotitie rechtsonder]: hoort in 37? Dit document is een aangrijpende getuigenis van de economische malaise waarin kleine ondernemers (tuinders) verkeerden tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting. De familie Heenvonde uit Kortenhoef voert drie specifieke redenen aan waarom zij hun marktgeld niet kunnen betalen en de markt niet kunnen bezoeken:
- Wateroverlast: Hun land staat al sinds mei (1940) onder water. Dit verwijst zeer waarschijnlijk naar de inundaties (het onder water zetten van land) als verdedigingsmiddel tegen de Duitse inval in mei 1940. Veel gebieden bleven maandenlang drassig of onbruikbaar.
- Overheidsmaatregelen: Er wordt gerefereerd aan beperkingen opgelegd door de regering (mogelijk distributieregels of handelsverboden onder de bezetter).
- Brandstoftekort: Het "onnorme gebrek aan benzine" maakte transport naar de markt onmogelijk. Benzine was direct na de inval op de bon gegaan en werd grotendeels door de Wehrmacht gevorderd.
De schrijvers benadrukken dat zij "geheel gedupeerd" zijn. De rode onderstrepingen in de tekst (waarschijnlijk aangebracht door de ambtenaar die de brief behandelde) wijzen op het belangrijkste nevenverzoek: het behouden van hun vaste standplaatsen op de markt voor de toekomst. In januari 1941 was de Nederlandse bevolking de eerste schok van de bezetting te boven, maar werden de praktische gevolgen van de oorlog steeds nijpender. Voor tuinders in de regio Kortenhoef/Vechtstreek was de situatie dubbel zwaar: niet alleen was de export naar het buitenland verstoord en brandstof schaars, maar hun productiemiddelen (het land) waren vernield door de militaire inundaties van de Waterlinie. Dit document illustreert de bureaucratische weg die burgers moesten bewandelen om het hoofd boven water te houden in een tijd van schaarste en overheidscontrole. De spelling ("onnorme", "behouwen", "binnen" als dialectvorm voor 'zijn') duidt op een oprecht schrijven van eenvoudige werklieden.