Formulier voor een verzoek tot restitutie of kwijtschelding van marktgelden.
Origineel
Formulier voor een verzoek tot restitutie of kwijtschelding van marktgelden. 12 januari 1941. Ondergetekende: B. Wolkers.
wonende: Amsterdam, Uitweg 190, Post Sloterdijk
geboren: 29 Januari 1915,
die een verklaring heeft geteekend voor het bezetten van een tuindersplaats op de Centrale Markt over het kalenderjaar 1939 en/of 1940, verzoekt in aanmerking te mogen komen voor geheele of gedeeltelijke restitutie of kwijtschelding van betaalde of nog te betalen marktgelden.
Hij verklaart zijn plaats niet te hebben bezet in 1939 gedurende 12 volle kalendermaanden en in 1940 gedurende 7 volle kalendermaanden wegens: (in 1939 daar het bedrijf op mijn moeders naam stond verplichte veiling) en in 1940 omdat ik in 1939 geveild had verplichte de veiling mij in 1940 ook te veilen.
in het jaar 1939 gedurende het tijdvak van X tot ...........;
in het jaar 1940 gedurende het tijdvak van X tot ...........
Gedurende bovengenoemde maanden heeft hij zijn producten doen verkoopen:
a. op de op de Centrale Markt gevestigde veiling;
b. op de veiling te Amsterdam, Markthallen.
c. op zijn plaats op de Centrale Markt door derden en wel door neen;
d. op andere wijze en wel door neen ...........................
...............................................................
...............................................................
e. hij heeft zijn producten niet door anderen doen verkoopen, omdat neen...........................................
...............................................................
...............................................................
Aldus naar waarheid ingevuld en onderteekend:
.12. Januari 1941.
(Handteekening):
B Wolkers Dit document is een officiële aanvraag van een tuinder, B. Wolkers, voor de teruggave of kwijtschelding van marktgelden voor een staanplaats op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de aanvraag is dat Wolkers in 1939 (het gehele jaar) en in 1940 (zeven maanden) zijn toegewezen plaats niet fysiek heeft bezet.
De reden die hij opgeeft is bureaucratisch van aard: in 1939 stond het bedrijf nog op naam van zijn moeder en was er sprake van een "verplichte veiling". Omdat hij in 1939 via de veiling had verkocht, was hij volgens zijn verklaring verplicht dit in 1940 voort te zetten. Hierdoor maakte hij geen gebruik van zijn eigen verkooplocatie op de markt, maar verkocht hij zijn waar via de centrale afslag (de Markthallen). Hij probeert met dit formulier aan te tonen dat hij dubbele kosten heeft gemaakt of betaald heeft voor een faciliteit die hij door regelgeving niet kon gebruiken. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934) was het cruciale distributiepunt voor de voedselvoorziening van de stad.
Tijdens de bezetting werd de handel in land- en tuinbouwproducten steeds strenger gereguleerd door de overheid (en de bezetter) om de voedselvoorziening te controleren en prijsopdrijving te voorkomen. Het verplicht stellen van verkoop via de veiling, zoals Wolkers vermeldt, was een gangbaar instrument in deze gecontroleerde distributieketen.
Dergelijke administratieve stukken geven inzicht in de economische overlevingsstrategieën van kleine ondernemers en tuinders in oorlogstijd, die moesten navigeren tussen veranderende regelgeving, familiebelangen (het bedrijf op naam van de moeder) en de bureaucratie van het marktwezen. De Uitweg in Sloterdijk, waar de aanvrager woonde, was destijds een gebied met veel tuinbouwbedrijven die de stad Amsterdam bevoorraadden. B. Wolkers Marktwezen