Ambtelijk advies/brief.
Origineel
Ambtelijk advies/brief. 21 augustus 1939. Een functionaris van het marktwezen (ondertekening lijkt op G. Schumacher). [Links boven:]
Advies op No 20/26/11 39.
[Midden boven, omcirkeld:]
Even aanhouden
[Rechts boven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Hoofdtekst:]
In verband met bijgaand schrijven van P.J. Fouw, waarin geklaagd wordt over ontoelaatbare handelingen door den marktwerker P. Hilliger (oorsp. pl. 24 f/AC, ingeru. 11/4. 38) diene het volgende:
Klachten over minder goede bediening of bedreiging door Hilliger zijn dezerzijds nimmer bereikt.
Volgens Hilliger heeft hij tot voor eenigen tijd aarde gekocht bij Fouw. Echter liet hij H. fl. 0.35 per ½ H.L. betalen, terwijl dezelfde soort grond voor fl. 25 [?] per ½ H.L. aan de bloemenwinkeliers verkocht, zoodat H. de aarde thans van een anderen grondhandelaar betrekt.
Bovendien heeft F. de gewoonte om in den "stand" van Hilliger stiekem aardebestellingen op te nemen bij het marktpubliek, terwijl H. daarvoor ten eigen bate reclame maakt. Volgens Hilliger steelt Fouw de aarde, die hij levert in het "Boschplan".
De klacht komt mij uit concurrentienijd voort.
[Ondertekening:]
Amst. 21 Aug. 39.
[Handtekening, mogelijk G. Schumacher] Het document is een intern adviesrapport over een conflict tussen twee personen op de Amsterdamse markt: de klager P.J. Fouw en de marktwerker P. Hilliger. Fouw had een klacht ingediend over Hilliger, maar de opsteller van dit document werpt een ander licht op de zaak na onderzoek.
De kernpunten van het verweer van Hilliger (en de observatie van de ambtenaar) zijn:
1. Prijsdiscriminatie: Fouw rekende Hilliger een hogere prijs voor potgrond (35 cent per halve hectoliter) dan hij aan bloemenzaken rekende (25 cent). Hierdoor is Hilliger overgestapt naar een andere leverancier.
2. Onbehoorlijke concurrentie: Fouw zou klanten werven in de kraam ("stand") van Hilliger, terwijl Hilliger juist reclame maakte voor het product.
3. Beschuldiging van diefstal: Hilliger beweert dat Fouw de aarde die hij verkoopt illegaal weghaalt bij het "Boschplan".
De ambtenaar concludeert dat de oorspronkelijke klacht van Fouw ongegrond is en voortkomt uit "concurrentienijd" (jaloezie tussen handelaren). Dit document stamt uit augustus 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de strenge regulering op de Amsterdamse markten in die tijd.
Interessant is de vermelding van het "Boschplan". Dit verwijst naar de aanleg van het Amsterdamse Bos, een grootschalig werkverschaffingsproject dat in 1934 begon om de werkloosheid tijdens de crisisjaren te bestrijden. De beschuldiging dat iemand daar illegaal aarde weghaalde om door te verkopen, was in die tijd een serieuze aantijging van diefstal van gemeenschapseigendom. De term "marktwerker" duidt op een specifieke juridische status van personen die op de markt werkzaam waren onder toezicht van de gemeente.