Archiefdocument
Origineel
Omstreeks 1941 (verwijst naar het jaar 1940). m.i. moet het verzoek worden afgewezen en kan
de vordering à f 90.- voor standplaatsgeld over 1940 voor tuinders T
die kunnen aantoonen dat zij geen gebruik van deze
plaats hebben gemaakt (door het afschaffen van de
presentielijsten bij de boekhouding niet na te gaan)
vervallen. (W)
T die een jaarverklaring voor 1940 hebben geteekend en De tekst is een ambtelijk advies betreffende een financieel geschil. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens". De schrijver adviseert om een bepaald verzoek af te wijzen, maar stelt tegelijkertijd voor om vorderingen van 90 gulden te laten vervallen voor een specifieke groep tuinders. Deze groep wordt nader gedefinieerd door de toevoeging bij de letter T: tuinders die een jaarverklaring voor 1940 hebben getekend en kunnen bewijzen dat ze hun standplaats niet hebben gebruikt. Een interessant detail is de opmerking tussen haakjes: door het afschaffen van presentielijsten is controle via de boekhouding niet meer mogelijk, wat bewijsvoering voor de gemeente of de tuinders bemoeilijkt. De omcirkelde W is waarschijnlijk een paraaf van de opsteller. Het document dateert uit de vroege oorlogsjaren (kort na 1940). Het weerspiegelt de administratieve realiteit van die tijd, waarin lokale overheden probeerden achterstallige markt- of standplaatsgelden te innen terwijl de normale controlemechanismen (zoals presentielijsten) door de oorlogsomstandigheden of beleidswijzigingen waren verstoord. Het bedrag van 90 gulden vertegenwoordigde in 1940 een aanzienlijke waarde, wat verklaart waarom hierover formeel advies werd uitgebracht.