Handgeschreven ambtelijke correspondentie / interne notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke correspondentie / interne notitie. 29 januari 1941. A'dam, 29/1 '41
O.W
Naar aanleiding van
Uw brief dd. 20 Januari jl
no. ch/1/Doss. 20 83 H
heb ik de eer U te berichten,
dat geen van de door mijne
dienst verzorgde belangen
zich ~~verzetten~~ tegen de in
bovenbedoelden brief opgenomen
voorstellen verzetten.
[Paraaf/Handtekening] DH
37/6/2 M
30/1/41 AG De notitie is een formeel ambtelijk antwoord op een schrijven van negen dagen eerder (20 januari 1941). De afkorting "O.W." bovenaan verwijst naar de betreffende afdeling of sector, hoogstwaarschijnlijk 'Onderwijs en Wetenschappen' of 'Openbare Werken'.
De schrijver geeft aan dat er vanuit zijn dienst geen bezwaren zijn tegen de voorstellen die in de eerdere brief werden gecommuniceerd. Opvallend is de zelfcorrectie in de tekst: het woord "verzetten" is op de negende regel doorgehaald om de zinsbouw te corrigeren, waarbij het werkwoord uiteindelijk aan het einde van de bijzin is geplaatst voor een betere grammaticale loop. De rode cijfercombinatie "37/6/2 M" duidt op een archief- of dossierclassificatie, wat gebruikelijk was voor het systematisch opbergen van dergelijke stukken. Dit document dateert van begin 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode functioneerde het Nederlandse ambtelijke apparaat in grote mate door, waarbij de bureaucratische procedures en de formele stijl ("heb ik de eer U te berichten") uit de vooroorlogse periode werden gehandhaafd. Amsterdam was in die tijd een belangrijk administratief centrum. Dergelijke documenten geven inzicht in de dagelijkse gang van zaken en de bestuurlijke continuïteit onder bezettingsomstandigheden, waarbij zelfs kleine voorstellen formeel getoetst moesten worden aan de belangen van verschillende overheidsdiensten.