Beleidsplan/Ambtelijke nota betreffende de segregatie van de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting.
Origineel
Beleidsplan/Ambtelijke nota betreffende de segregatie van de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting. Vermoedelijk begin januari 1942 (gebaseerd op handgeschreven kanttekeningen: "10 Jan '42"). MARKTWEZEN-AMSTERDAM.
PLAN VOOR DE VOORZIENING DER JOODSCHE BEVOLKING VAN AMSTERDAM MET AARDAPPELEN, GROENTEN en FRUIT.
- Tot de Centrale Markt worden geen Joodsche groot- en kleinhandelaren meer toegelaten.
- Voor de Joodsche bevolking van Amsterdam, zynde ± 11%, moeten groenten, fruit en aardappelen van den totalen dagelykschen aanvoer worden gereserveerd.
- Voor wat betreft de aardappelen ligt de zaak eenvoudig, aangezien wy ons hiervoor tot de Vebena kunnen wenden, in welke vereeniging de geheele aardappelaanvoer is gecentraliseerd.
- Moeilyker ligt de reserveering van 11% by de producten groenten en fruit, aangezien deze aanvoer niet is gecentraliseerd in een verband, doch in handen is van ± 170 grossiers, die ieder voor zich producten aanvoeren.
- Deze 11% moeten derhalve by den groothandel worden gevorderd, waartoe wy ten spoedigste machtiging dienen te krygen, of nog beter:
Alle grossiers in groenten en fruit moeten in één organisatie worden ondergebracht, waarbij rekening moet worden gehouden met een aantal zetels in het Bestuur voor N.S.B.ers.
De vordering kan eventueel – na bespreking met Groenten- en Fruitcentrale – reeds aan de veilingen plaatsvinden. - Deze organisatie moet zich verplichten de 11% van den dag-aanvoer af te zonderen voor de Amsterdamsche Joodsche bevolking.
- De aflevering kan geschieden aan de niet in gebruik zynde ingang der Centrale Markt aan de Keucheniusstraat, doch practischer is, dat wy een klein terreinsgedeelte op pier F ter beschikking voor dien afvoer stellen. Met een afscheiding van de markt, indien de Duitsche autoriteiten dit wenschen.
- Met het Bestuur van vorengenoemde Grossiersorganisatie wordt overeengekomen, dat Directie Marktwezen zeer volledig van den gang van zaken en de door dit Bestuur te nemen contrôle-maatregelen op de hoogte wordt gehouden, aangezien het juist op de contrôle-middelen aankomt, of de reserveering van 11% ook werkelyk wordt toegepast. (niet meer – niet minder). Directie Marktwezen moet de macht hebben om bepaalde richtlynen en aanwyzingen dwingend voor te schryven.
N.B. De "punten" van de Joodsche groothandelaren, die dus van Centrale Markt verdwynen, moeten in overleg met Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale te Den Haag ten goede komen van Amsterdam.
Het is dringend gewenscht, dat een Verordening wordt uitgevaardigd, waarbij het het Joodsche publiek wordt verboden om in niet-Joodsche zaken te koopen en omgekeerd, aangezien anders nog geenszins vaststaat, dat de Joodsche bevolking niet meer dan 11% van groenten en fruit krygt.
Terzake van de onderlinge verdeeling, zullen Joodsche kleinhandelaren zelf personen kunnen aanwyzen, die terzake met Marktwezen overleg plegen.
(Handgeschreven noten onderaan:)
10 Jan '42 bespr. met Mr. [onleesbaar].
In C [onleesbaar] - nog 2 andere nader op te geven namen Burgst, Jack Terpstra, C. Mol, eventueel Griffioen.
13 Jan '42 Plan th [onleesbaar] amst. Treub[onleesbaar] Dit document is een kil, bureaucratisch bewijsstuk van de actieve medewerking van het Amsterdamse gemeenteapparaat (Marktwezen) aan de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De kern van het plan is tweeledig:
1. Segregatie: Joodse handelaren worden fysiek verbannen van de Centrale Markt. De voedselstroom voor Joden wordt volledig gescheiden van de reguliere markt.
2. Rantsoenering op basis van demografie: Er wordt een quotum van 11% gehanteerd, destijds het geschatte percentage Joodse inwoners in Amsterdam. De formulering "niet meer – niet minder" in punt 8 en de angst in de N.B.-sectie dat Joden "meer dan 11%" zouden krijgen, getuigt van een doelbewuste politiek van schaarste-beheersing en discriminatie.
Opvallend is de politieke instrumentalisering in punt 5: de oorlog wordt aangegrepen om de tot dan toe versnipperde groothandel te dwingen tot centralisatie, waarbij expliciet zetels voor N.S.B.'ers in het bestuur worden geëist. Dit toont aan hoe economische herstructurering en nazificatie hand in hand gingen. Dit plan ontstond in januari 1942, een kritieke fase in de bezetting. Terwijl de Duitse bezetter steeds restrictievere maatregelen afkondigde (zoals de invoering van de Jodenster later dat jaar en de voorbereiding van de deportaties), werkten lokale instanties zoals de Directie Marktwezen de logistieke details uit.
De "Vebena" (Vereniging van Bemiddelaars in Aardappelen) en de "Groenten- en Fruitcentrale" waren door de bezetter gecontroleerde crisisorganen. Het document illustreert hoe de Joodse bevolking stapsgewijs uit het openbare leven werd gedrukt: eerst uit de handel (de markt), en vervolgens via aankoopverboden in "niet-Joodsche zaken" (zoals vermeld in de N.B.). Dit leidde tot de vorming van een gedwongen commercieel getto, nog voordat de fysieke deportaties op grote schaal begonnen. C. Mol N.B. De Marktwezen N.S.B.