Getypte lijst met handgeschreven kop in rode inkt.
Origineel
Getypte lijst met handgeschreven kop in rode inkt. [Handgeschreven in rode inkt bovenaan:]
Voor de kleinhandelaren die volgens Politie opgaaf moete her openen.
[Getypte lijst:]
1. Hartog Fransman, Lepelstraat 40 huis;
2. Marcus Uijenkruijer, Transvaalstraat 130;
3. Hartog van Thijn, Nieuwe Hoogstraat 10;
4. Lion Labzowski, Spinozastraat 27 I, zaakdrijvende Roeterstraat 42;
5. Izak de Vries, Laing's Neckstraat 13 huis;
6. Willem Goudeketting, Raamgracht 65 huis;
7. Marianna Bril, Ben Viljoenstraat 12 I;
8. Tobias Plukker, Nieuwmarkt 9 III;
9. Barend Kroese, Nieuwe Prinsengracht 70 III;
10. Simon Vleesdrager, Reitzstraat 17;
11. Samuel Piller, Danie Theronstraat 14;
12. Hendrik Aalsvel, Tugelaweg 46 III;
13. Bernard Meents, Transvaalstraat 60;
14. Mozes Canes, Krom Boomssloot 3 I;
15. Jacob Vleeschdrager, Uiterwaardenstraat 69;
16. Barend van der Kar, Muiderstraat 37 I;
17. Aron Boas, Laing's Neckstraat 2;
18. Barend Barend, Ingogostraat 14;
19. Cornelis Marinus van Schaik, Weesperstraat 36;
20. Samuel Snatager, Nieuwe Heerengracht 157;
21. Emanuel Wittenburg, Jodenbreestraat 65;
22. Joseph Braasem, Roeterstraat 24;
23. Mendele Schoonhoed, Plantage Kerklaan 14 huis;
24. Samson Bril, Plantage Middenlaan 30;
25. Bernhard Eduard Rosenberg, Biesboschstraat 18;
26. Moritz Wallerstein, Courbetstraat 9, zaakdrijvende Kloveniersburgwal 47;
allen Amsterdam. * Doel van de lijst: De lijst lijkt een administratief overzicht van winkeliers die op last of met toestemming van de politie (mogelijk onder Duitse instructie) hun zaak weer moesten openen. Dit gebeurde vaak om de voedselvoorziening of basisbehoeften binnen de Joodse wijken te handhaven nadat veel Joodse zaken aanvankelijk waren gesloten of onder beheer van 'Verwalters' waren gesteld.
* Demografie: De overweldigende meerderheid van de namen is van Joodse oorsprong. De adressen bevinden zich voornamelijk in de toenmalige Joodse buurten van Amsterdam: de Jodenbuurt (Centrum), de Transvaalbuurt (Oost) en de Rivierenbuurt (Zuid).
* Taalgebruik: De handgeschreven opmerking bevat de vorm "moete" (in plaats van "moeten"), wat kan duiden op een snelle notitie of een specifiek dialectisch/tijdsgebonden gebruik. De term "Politie opgaaf" wijst op een formele registratie. Dit document is een aangrijpende getuigenis van de bureaucratische controle over de Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de periode 1941-1942 werden Joodse ondernemers stelselmatig geregistreerd, gedwongen hun zaken te sluiten of juist open te houden voor specifieke groepen.
Veel van de personen op deze lijst zijn terug te vinden in de archieven van de Holocaust (zoals bij het Joods Monument). Hartog Fransman (nr. 1) werd bijvoorbeeld in 1942 in Auschwitz vermoord; Barend van der Kar (nr. 16) stierf in 1943 in Sobibor. Dergelijke lijsten werden door de bezetter en de meewerkende Nederlandse politie gebruikt om de Joodse gemeenschap exact in kaart te brengen, wat de uiteindelijke deportaties faciliteerde. De lijst laat zien hoe het dagelijks leven en de handel van deze Amsterdammers volledig ondergeschikt werden gemaakt aan de administratieve dwang van het regime. Politie