Ambtelijke brief/doorslag van een advies.
Origineel
Ambtelijke brief/doorslag van een advies. 25 september [1934]. De Directeur (vermoedelijk van het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun of een aanverwante dienst). 20/31/2 M.
Amsterdam.
1
25 September 9
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
kooplieden, krachtens besluit van Burgemeester en Wethouders
d.d. 31 Augustus 1934 (No.848 L.M.1934) vrijstelling van
betaling van standplaats- of marktgeld genieten, gedurende den
tijd, dat zij volledige ondersteuning van het Gemeentelijke
Bureau voor Maatschappelijken Steun ontvangen. Indien derhalve
de geringe aanvoer van visch tengevolge zou hebben, dat een
aantal kooplieden ondersteuning zou gaan ontvangen, zouden
dezen op grond van het bovenaangehaalde besluit van betaling
van marktgeld zijn vrijgesteld. Dit lijkt mij in het onder-
havige geval voldoende, weshalve ik U beleefd in overweging
geef den adressant te doen berichten, dat zijn verzoek niet
voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan de wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek van een individuele koopman (de "adressant") om een regeling met betrekking tot het marktgeld, waarschijnlijk vanwege de economische malaise (geringe aanvoer van vis).
De directeur adviseert het verzoek af te wijzen. Zijn argumentatie is dat er reeds een besluit van B&W bestaat (van 31 augustus 1934) dat regelt dat kooplieden die volledige steun ontvangen van het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun, automatisch vrijgesteld zijn van standplaats- of marktgeld. Omdat de bestaande regels al voorzien in de nood van kooplieden die door de slechte visaanvoer in de problemen komen, acht de directeur een individuele uitzondering niet noodzakelijk. Het document dateert uit 1934, midden in de Grote Depressie. De economische crisis raakte ook de Amsterdamse markthandel zwaar. De overheid probeerde met het 'Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun' (de voorloper van de sociale dienst) de ergste nood te lenigen.
De brief illustreert de bureaucratische omgang met armoede en de strikte toepassing van regels: steun en vrijstellingen waren nauw met elkaar verbonden. Alleen wie 'volledige ondersteuning' genoot, kwam in aanmerking voor kwijtschelding van marktgeld. Dit document biedt inzicht in hoe de gemeente Amsterdam trachtte de balans te vinden tussen belastinginning (marktgeld) en sociale zorg in een tijd van grote economische schaarste. M. Gemeente Amsterdam