Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 99
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk advies / brief.

25 september 1939. Van: Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of ambtenaar ter secretarie); rechtsboven ondertekend/geparafeerd door "Fr. Müller".

Origineel

Ambtelijk advies / brief. 25 september 1939. Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of ambtenaar ter secretarie); rechtsboven ondertekend/geparafeerd door "Fr. Müller". [Rechtsboven handgeschreven:] Fr. Müller
[Stempel rechtsboven, deels zichtbaar:] (onleesbaar)

VP/HG.

20/31/2 m.
1 25 September 1939.

Verzoek van Nederlandschen Bond
van Kleinhandelaren in het Visch-
en Haringbedrijf om tijdelijke den Heer Wethouder
verlaging van markt- en stand- voor de Levensmiddelen,
plaatsgeld. A l h i e r .

      Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 16

dezer om advies ontvangen stuk no. 711 L.M. 1939 heb ik de eer
U te berichten, dat adressant bedoelt, dat het door marktkoop-
lieden en standplaatshouders, die visch verkoopen, verschul-
digde markt- of standplaatsgeld gedurende den tijd, dat de
vischaanvoer, ten gevolge van de oorlogsomstandigheden, is
gestagneerd, slechts tot de helft verschuldigd zal zijn.
Krachtens artikel 10 van de Verordening op de heffing van
markt-, standplaats- en ventgelden zijn Burgemeester en Wet-
houders bevoegd, in bijzondere gevallen, op gronden van bil-
lijkheid of Gemeentebelang vermindering van marktgeld te
verleenen, terwijl artikel 32 der voornoemde Verordening een
soortgelijke bepaling, onder andere met betrekking tot het
standplaatsgeld, inhoudt.

      Tot nu toe is door Burgemeester en Wethouders nimmer

een algemeen besluit genomen, waarbij, in gevallen als het
onderhavige, vermindering van marktgeld werd toegestaan en
het komt mij, vooral in verband met de mogelijke consequenties
ook ten aanzien van andere artikelen, ongewenscht voor, dat
hiertoe thans wordt besloten.

      Het standplaatsgeld bedraagt slechts 20 cent per

strekkende meter per week (krachtens artikel 28 der bovenge-
noemde Verordening). Ook het marktgeld is niet zoo hoog, dat
het een onoverkomelijk bezwaar zou kunnen zijn om het te
betalen. Daarbij komt nog, dat de standplaatshouders en markt- [document loopt door op volgende pagina] * Kern van het verzoek: De vishandelaren vragen om een halvering van de marktgelden omdat de aanvoer van vis stokt door de uitgebroken oorlog.
* Juridisch kader: De schrijver verwijst naar de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden. Hoewel de artikelen 10 en 32 de mogelijkheid bieden voor korting in "bijzondere gevallen", wordt hier terughoudend mee omgegaan.
* Argumentatie tegen het verzoek:
1. Precedentwerking: De schrijver vreest dat als de vishandelaren korting krijgen, verkopers van andere producten ook om verlaging zullen vragen ("mogelijke consequenties ook ten aanzien van andere artikelen").
2. Kosten versus baten: Het huidige tarief (20 cent per strekkende meter per week) wordt als dermate laag beschouwd dat een tijdelijke terugval in aanvoer geen onoverkomelijk financieel probleem voor de handelaren mag vormen.
* Toon: De toon is strikt ambtelijk, zakelijk en behoudend. Er is weinig empathie voor de economische situatie van de kleine ondernemer; het belang van de gemeentekas en de handhaving van de regelgeving staat voorop. Dit document is gedateerd op 25 september 1939, slechts enkele weken nadat de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de Duitse inval in Polen (1 september 1939). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, waren de gevolgen direct merkbaar: de mobilisatie was uitgeroepen en de scheepvaart op de Noordzee werd direct belemmerd door mijnengevaar en oorlogshandelingen, wat de genoemde stagnatie in de visaanvoer verklaart.

Het document biedt een interessant inkijkje in de lokale bureaucratie aan het begin van de oorlog. Het laat zien hoe de overheid in eerste instantie probeerde de normale gang van zaken en de belastinginkomsten vast te houden, ondanks de ingrijpende externe omstandigheden. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale functie, aangezien de voedselvoorziening en de distributie (voedselbonnen) al snel een grote rol zouden gaan spelen.

Samenvatting

  • Kern van het verzoek: De vishandelaren vragen om een halvering van de marktgelden omdat de aanvoer van vis stokt door de uitgebroken oorlog.
  • Juridisch kader: De schrijver verwijst naar de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden. Hoewel de artikelen 10 en 32 de mogelijkheid bieden voor korting in "bijzondere gevallen", wordt hier terughoudend mee omgegaan.
  • Argumentatie tegen het verzoek:
    1. Precedentwerking: De schrijver vreest dat als de vishandelaren korting krijgen, verkopers van andere producten ook om verlaging zullen vragen ("mogelijke consequenties ook ten aanzien van andere artikelen").
    2. Kosten versus baten: Het huidige tarief (20 cent per strekkende meter per week) wordt als dermate laag beschouwd dat een tijdelijke terugval in aanvoer geen onoverkomelijk financieel probleem voor de handelaren mag vormen.
  • Toon: De toon is strikt ambtelijk, zakelijk en behoudend. Er is weinig empathie voor de economische situatie van de kleine ondernemer; het belang van de gemeentekas en de handhaving van de regelgeving staat voorop.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 25 september 1939, slechts enkele weken nadat de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de Duitse inval in Polen (1 september 1939). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, waren de gevolgen direct merkbaar: de mobilisatie was uitgeroepen en de scheepvaart op de Noordzee werd direct belemmerd door mijnengevaar en oorlogshandelingen, wat de genoemde stagnatie in de visaanvoer verklaart.

Het document biedt een interessant inkijkje in de lokale bureaucratie aan het begin van de oorlog. Het laat zien hoe de overheid in eerste instantie probeerde de normale gang van zaken en de belastinginkomsten vast te houden, ondanks de ingrijpende externe omstandigheden. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale functie, aangezien de voedselvoorziening en de distributie (voedselbonnen) al snel een grote rol zouden gaan spelen.

Kooplieden in dit dossier 19

C. van Keizerswaard Uilenburg Duitsche.
A. Cuypstr Waterlooplein 151 + 53 = 204 = 200
Jacob Blitz Uilenburg Duitsche.
J. Evertsenstr Waterlooplein 30 + 40 = 70
O. Stopper Uilenburg Duitsche.
L. Baudoux Waterlooplein 75 + 94 = 169 (160)
O. Lang Uilenburg Duitsch. vaste plaats Amstelveld
Stephan Manasse Uilenburg Duitsch. vaste plaats Nieuwmarkt
T. Katestraat Waterlooplein 104 + 27 = 131 = 130
X 23. Rabinowitz.Isidoor Uilenburg
X 24. Grass.J Nieuwmarkt
Bernhard Jalowitz Nieuwmarkt
X 27. Agartz.A Uilenburg
C. Blitzblum Nieuwmarkt
O. Lang Uilenburg Was ook van 1922 t/m 1929 onafgebroken in Ned. werkzaam als marktkoopm.
X 30. Tofani.Atillio Nieuwmarkt
X 31. Bierbrouwer.A. Nieuwmarkt
Adolf Frankenstein Uilenburg
X 33. Albaukerk.Mison Nieuwmarkt

Gerelateerde Documenten 6