Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 10 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst of Landbouwwijze). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Amsterdam. [Handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 10/12
[Typewerk:] HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis, Kamer 198,
Amsterdam-Centrum.
[Handgeschreven in rood potlood:] 46/
[Typewerk:] 37/19/56 M.
Wijk 3.
10 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 dezer (No.S.I.5757/111 F III) heb ik de eer U te berichten, dat P.J.Biemans, Zuiderakerweg 113, L.S.Castelijn, Zuiderakerweg 51 en M.Bol, Sloterweg 1132, bij mijn dienst bekend zijn als tuinder. Zij hebben hun auto dringend noodig voor den aanvoer van levensmiddelen naar de Centrale Markt, zoodat zij naar mijn meening voor het ombouwen van hun auto voor gebruik van geperst lichtgas in aanmerking kunnen komen.
De Directeur, Deze brief is een formeel advies van een gemeentelijke directeur aan de "Kleine Benzinecommissie". De kern van het schrijven is de ondersteuning van een aanvraag door drie tuinders uit het toenmalige Sloten/Osdorp (Zuiderakerweg en Sloterweg) om hun voertuigen te mogen ombouwen.
Vanwege de schaarste aan brandstof tijdens de bezettingsjaren was het gebruik van benzine voor burgers nagenoeg onmogelijk. De genoemde tuinders (Biemans, Castelijn en Bol) hebben hun auto echter hard nodig voor de voedselvoorziening van Amsterdam (het transport naar de Centrale Markt). De directeur adviseert daarom positief over het ombouwen van hun auto's naar een alternatieve brandstof: geperst lichtgas. Door deze ombouw zouden zij niet langer afhankelijk zijn van schaarse benzine, maar gebruik kunnen maken van gas dat via het stedelijke netwerk of in cilinders beschikbaar was. Het document dateert van december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De brandstofdistributie was in deze periode uiterst streng. Vrijwel alle beschikbare benzine werd gevorderd door de Wehrmacht of gereserveerd voor cruciale hulpdiensten.
Om de economie en de voedselvoorziening niet volledig stil te laten vallen, werd er gezocht naar alternatieven. Veel auto's werden in deze periode uitgerust met houtgasgeneratoren (de bekende "gasgeneratoren" achterop of op de spatborden) of omgebouwd voor het gebruik van lichtgas. Lichtgas was het gas dat normaal voor straatverlichting en koken werd gebruikt.
De "Kleine Benzinecommissie" speelde een centrale rol in het toewijzen van vergunningen voor dergelijke aanpassingen en het verstrekken van de weinige beschikbare brandstofbonnen. De tuinders in deze brief waren cruciaal voor de stad: het gebied rond de Sloterweg en Zuiderakerweg was destijds de 'moestuin' van Amsterdam. Zonder hun transport zou de voedselvoorraad op de Centrale Markt in gevaar komen. M. Wehrmacht