Ambtelijke brief/memo.
Origineel
Ambtelijke brief/memo. 2 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdams gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). extra
D/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/23/2 M. 4 2 April 1941.
In erfpacht uit te geven
terrein aan de Den Brielstraat.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 22
Maart jl. om advies ontvangen stukken No.319 L.M.1941 heb ik de
eer U te berichten, dat ik mij kan vereenigen met den zich onder
de stukken bevindenden brief van mijn Ambtgenoot voor de Publieke
Werken d.d. 14 Maart jl. Grb.No.789/Doss.B 2281.
Mijnerzijds bestaat derhalve geen bezwaar, de bepaling
onder 6e van de onderhavige concept-voordracht te doen vervallen.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke correspondentie binnen het gemeentebestuur van Amsterdam. De directeur van een niet nader genoemde dienst reageert op een adviesaanvraag van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het gaat over de uitgifte van een terrein in erfpacht aan de Den Brielstraat.
De kern van de brief is dat de directeur instemt met een eerder advies van de Dienst der Publieke Werken. Als gevolg daarvan adviseert hij dat een specifieke bepaling (nummer 6) uit de concept-voordracht geschrapt kan worden. De toon is formeel en zakelijk, passend bij de bureaucratische processen van die tijd. De brief dateert van 2 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is saillant, aangezien de voedselvoorziening en distributie in deze periode van cruciaal belang en strikt gereguleerd waren.
De Den Brielstraat ligt in Amsterdam-West (Bos en Lommer). In die tijd was dit een relatief nieuw stadsdeel waar nog volop ontwikkeling en terreinuitgifte plaatsvond. De betrokkenheid van zowel Publieke Werken als de Wethouder voor de Levensmiddelen bij een terrein aan de Den Brielstraat zou kunnen wijzen op plannen voor bijvoorbeeld een distributiecentrum, opslagplaats of een andere faciliteit gerelateerd aan de voedselvoorziening van de stad onder oorlogsomstandigheden.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke correspondentie binnen het gemeentebestuur van Amsterdam. De directeur van een niet nader genoemde dienst reageert op een adviesaanvraag van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het gaat over de uitgifte van een terrein in erfpacht aan de Den Brielstraat.
De kern van de brief is dat de directeur instemt met een eerder advies van de Dienst der Publieke Werken. Als gevolg daarvan adviseert hij dat een specifieke bepaling (nummer 6) uit de concept-voordracht geschrapt kan worden. De toon is formeel en zakelijk, passend bij de bureaucratische processen van die tijd.
Historische Context
De brief dateert van 2 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is saillant, aangezien de voedselvoorziening en distributie in deze periode van cruciaal belang en strikt gereguleerd waren.
De Den Brielstraat ligt in Amsterdam-West (Bos en Lommer). In die tijd was dit een relatief nieuw stadsdeel waar nog volop ontwikkeling en terreinuitgifte plaatsvond. De betrokkenheid van zowel Publieke Werken als de Wethouder voor de Levensmiddelen bij een terrein aan de Den Brielstraat zou kunnen wijzen op plannen voor bijvoorbeeld een distributiecentrum, opslagplaats of een andere faciliteit gerelateerd aan de voedselvoorziening van de stad onder oorlogsomstandigheden.