Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 19 september 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (Jan van Galenstraat 14). N.V. Nooy's Fruitimport, Centrale Markt Hal 22, Amsterdam-West. (Handgeschreven bovenaan: Verzonden 19/9 - '41)
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam-West, 19 September 1941.
No. 37/32/6 M.
Jan van Galenstraat 14.
Aan de N.V.Nooy's Fruitimport,
Centrale Markt Hal 22,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief dient als begeleidend schrijven bij een officieel huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directie van het Marktwezen legt de nadruk op twee specifieke clausules:
1. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op artikel 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek, waarin is vastgelegd dat kleine reparaties (zoals aan rolluiken en sloten) voor rekening van de huurder komen.
2. Beperking op reclame: Er wordt expliciet herinnerd aan een verbod op het ongeautoriseerd plaatsen van reclameuitingen of naamborden op het pand.
De toon is formeel en ambtelijk ("heb ik de eer", "U gelieve zich... te verstaan"), wat typerend is voor de correspondentie van gemeentelijke diensten uit die periode. De brief dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Ondanks de oorlogstijd en de toenemende schaarste, ging de reguliere bureaucratie en administratie van de markt-infrastructuur door. Bedrijven zoals N.V. Nooy's Fruitimport waren essentieel voor de distributie van schaarse goederen. Het aanhalen van het Burgerlijk Wetboek onderstreept dat, ondanks de bezetting, het Nederlandse civiel recht voor dit soort zakelijke overeenkomsten nog steeds de basis vormde. M. Marktwezen
Samenvatting
Deze brief dient als begeleidend schrijven bij een officieel huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directie van het Marktwezen legt de nadruk op twee specifieke clausules:
1. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op artikel 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek, waarin is vastgelegd dat kleine reparaties (zoals aan rolluiken en sloten) voor rekening van de huurder komen.
2. Beperking op reclame: Er wordt expliciet herinnerd aan een verbod op het ongeautoriseerd plaatsen van reclameuitingen of naamborden op het pand.
De toon is formeel en ambtelijk ("heb ik de eer", "U gelieve zich... te verstaan"), wat typerend is voor de correspondentie van gemeentelijke diensten uit die periode.
Historische Context
De brief dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Ondanks de oorlogstijd en de toenemende schaarste, ging de reguliere bureaucratie en administratie van de markt-infrastructuur door. Bedrijven zoals N.V. Nooy's Fruitimport waren essentieel voor de distributie van schaarse goederen. Het aanhalen van het Burgerlijk Wetboek onderstreept dat, ondanks de bezetting, het Nederlandse civiel recht voor dit soort zakelijke overeenkomsten nog steeds de basis vormde.