Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 159
Dossier 5
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum. Gegevens ~~omtrent~~ der plaatscapaciteit der
diverse markten (aantal beschikbare plaatsen)
Te kennen levert weinig nut op. ~~Even omdat~~
In de Jan Evertsenstr. is een zeer groot straatgedeelte
aangewezen als markt; de bezetting is echter gering.
~~Op Dinsdagen~~ Op andere markten zijn bepaalde
gedeelten zeer intensief en andere gedeelten
zeer slecht bezet, terwijl de ~~totale~~ veelal
de totale bezetting van een markt of van
een gedeelte van een markt groter is dan
de eigenlijke plaats-capaciteit, omdat
dezelfde plaats - bij afwezigheid van den
vasten-plaatshouder - bovendien bezet
wordt door losse plaatshouders.
De bezetting der markten kennen wij
per jaar (zie jaarverslagen) verdeeld in vaste -
en losse plaatsen. Deze gegevens verkrijgen
wij van de controle-weekstaten van iedere markt.
Vermelding per week (niet per kal. maand)
~~van deze zelfde gegevens~~
(is dus mogelijk), doch dit heeft niet veel
zin, omdat de jaargegevens voldoende beeld
geven. ~~Lekker (?) ook dit beeld is bek...~~ De tekst is een interne overweging over de methodiek van dataverzameling betreffende marktbezetting. De kernpunten zijn:

  1. Capaciteit versus Realiteit: De auteur stelt dat het louter registreren van de fysieke capaciteit (beschikbare plaatsen) weinig zinvol is. Als voorbeeld wordt de Jan Evertsenstraat genoemd, waar de aangewezen marktruimte veel groter is dan het feitelijke gebruik.
  2. Dubbel Gebruik: Er wordt uitgelegd waarom de "bezetting" soms groter lijkt dan de "capaciteit": wanneer een vaste plaatshouder afwezig is, wordt de plek ingenomen door een "losse" (tijdelijke) plaatshouder. Hierdoor worden op één plek feitelijk meerdere vergunningen/betalingen geregistreerd.
  3. Efficiency in Rapportage: De auteur adviseert tegen het bijhouden van gedetailleerde weekstatistieken in de eindrapportages. Hoewel de gegevens beschikbaar zijn via de controleurs op de markt, volstaan de jaarcijfers voor een representatief beeld. Dit document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit de administratie van een gemeentelijke marktdienst, vermoedelijk die van Amsterdam (gezien de verwijzing naar de Jan Evertsenstraat). In de periode waarin dit geschreven is, waren straatmarkten essentieel voor de voedselvoorziening en de stedelijke economie.

De discussie over "vaste" versus "losse" plaatshouders is een klassiek administratief vraagstuk bij markbeheer: hoe meet je het succes van een markt als de fysieke plekken gedurende de dag of week van eigenaar wisselen? De notitie weerspiegelt een pragmatische houding van een ambtenaar die probeert de administratieve last te beperken ("heeft niet veel zin") terwijl de statistische accuraatheid behouden blijft.

Samenvatting

De tekst is een interne overweging over de methodiek van dataverzameling betreffende marktbezetting. De kernpunten zijn:

  1. Capaciteit versus Realiteit: De auteur stelt dat het louter registreren van de fysieke capaciteit (beschikbare plaatsen) weinig zinvol is. Als voorbeeld wordt de Jan Evertsenstraat genoemd, waar de aangewezen marktruimte veel groter is dan het feitelijke gebruik.
  2. Dubbel Gebruik: Er wordt uitgelegd waarom de "bezetting" soms groter lijkt dan de "capaciteit": wanneer een vaste plaatshouder afwezig is, wordt de plek ingenomen door een "losse" (tijdelijke) plaatshouder. Hierdoor worden op één plek feitelijk meerdere vergunningen/betalingen geregistreerd.
  3. Efficiency in Rapportage: De auteur adviseert tegen het bijhouden van gedetailleerde weekstatistieken in de eindrapportages. Hoewel de gegevens beschikbaar zijn via de controleurs op de markt, volstaan de jaarcijfers voor een representatief beeld.

Historische Context

Dit document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit de administratie van een gemeentelijke marktdienst, vermoedelijk die van Amsterdam (gezien de verwijzing naar de Jan Evertsenstraat). In de periode waarin dit geschreven is, waren straatmarkten essentieel voor de voedselvoorziening en de stedelijke economie.

De discussie over "vaste" versus "losse" plaatshouders is een klassiek administratief vraagstuk bij markbeheer: hoe meet je het succes van een markt als de fysieke plekken gedurende de dag of week van eigenaar wisselen? De notitie weerspiegelt een pragmatische houding van een ambtenaar die probeert de administratieve last te beperken ("heeft niet veel zin") terwijl de statistische accuraatheid behouden blijft.

Kooplieden in dit dossier 19

C. van Keizerswaard Uilenburg Duitsche.
A. Cuypstr Waterlooplein 151 + 53 = 204 = 200
Jacob Blitz Uilenburg Duitsche.
J. Evertsenstr Waterlooplein 30 + 40 = 70
O. Stopper Uilenburg Duitsche.
L. Baudoux Waterlooplein 75 + 94 = 169 (160)
O. Lang Uilenburg Duitsch. vaste plaats Amstelveld
Stephan Manasse Uilenburg Duitsch. vaste plaats Nieuwmarkt
T. Katestraat Waterlooplein 104 + 27 = 131 = 130
X 23. Rabinowitz.Isidoor Uilenburg
X 24. Grass.J Nieuwmarkt
Bernhard Jalowitz Nieuwmarkt
X 27. Agartz.A Uilenburg
C. Blitzblum Nieuwmarkt
O. Lang Uilenburg Was ook van 1922 t/m 1929 onafgebroken in Ned. werkzaam als marktkoopm.
X 30. Tofani.Atillio Nieuwmarkt
X 31. Bierbrouwer.A. Nieuwmarkt
Adolf Frankenstein Uilenburg
X 33. Albaukerk.Mison Nieuwmarkt

Gerelateerde Documenten 6