Zakelijke brief/verzoekschrift betreffende restitutie van marktgeld.
Origineel
Zakelijke brief/verzoekschrift betreffende restitutie van marktgeld. G.H. v. d. Vegt, Handel in Brandstoffen, Floriszstraat 34b, Amsterdam. [Linksboven, paarse stempel:]
№ 21/2/1 M. 1939 13/1
[Rode inkt:]
Gerestitueerd f 1,02
8-2-39
Kasstuknummer 588
[Rechtsboven:]
8 Jan. '39.-
[Marge rechts, blauwe inkt:]
wi. De Meester
[Midden boven:]
W. W.
[Groot diagonaal in rood:]
afgedaan
Door ons werd, o. i. abusie-
velijk, f. 1. 12 1/2 voor marktgeld betaald
op een huurschuit, ten nummer
1347, tijdelijk gebruikt door:
G. H. v. d. Vegt.
Handel in Brandstoffen
Balk, Floriszstr. 34 b. [In de marge: = 41 ton]
Ligplaats schuiten: Hobbemakade!
Deze huurschuit was reeds enkele
dagen leeg, maar kon door de vorst
niet weggehaald worden. Op 5 Jan. l. l.
werd deze echter al weggehaald.
Op 20 December waren er reeds geen
kolen meer op aanwezig!
Gaarne zullen we hieromtrent in-
lichtingen ontvangen,
hoogachtend,
G. H. v. d. Vegt.
[Linksonder in rood:]
No markt
[Rechtsonder:]
21 * Kern van het geschil: De heer Van der Vegt vraagt om teruggave van betaald marktgeld (f 1,12 1/2). Hij stelt dat hij dit onterecht heeft betaald voor een huurschuit (nr. 1347) die al sinds 20 december 1938 leeg was.
* Overmacht: De reden dat de schuit pas op 5 januari 1939 werd verwijderd, was de vorst (het water was vermoedelijk bevroren), waardoor de schuit niet kon varen. De afzender vindt het onterecht dat hij voor deze periode van gedwongen stilstand liggeld/marktgeld moet betalen terwijl de commerciële activiteit (de kolenhandel vanaf de schuit) al was gestopt.
* Resultaat: Het verzoek is ingewilligd. De rode aantekeningen laten zien dat er op 8 februari 1939 een bedrag van f 1,02 is gerestitueerd. Het verschil (10,5 cent) betreft mogelijk administratiekosten of een herberekening van de exacte dagen.
* Handschrift: Een duidelijk, verzorgd zakelijk handschrift uit de vooroorlogse periode. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken in de Amsterdamse binnenvaart en brandstoffenhandel aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd werden veel kolen nog per schip aangevoerd en direct vanaf de kade (zoals de Hobbemakade in Amsterdam-Zuid) verkocht aan de burgers.
De brief illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid van die tijd: zelfs voor een klein bedrag van iets meer dan een gulden werd een officieel verzoek ingediend, dat vervolgens door verschillende ambtenaren werd beoordeeld, geparafeerd en afgehandeld. De vermelding van "vorst" herinnert aan de strengere winters van de jaren '30, die de logistiek in de grachten regelmatig platlegden. De afzender, G.H. van der Vegt, was gevestigd in de Floriszstraat, die vlakbij de Hobbemakade ligt, wat logisch is voor de uitoefening van zijn nering. G.H. v. d. Vegt H. v. d. Vegt Van der (De heer)